Ontslag op andere gronden

In het gesloten systeem van ontslaggronden is in de meeste ambtenarenreglementen een restbepaling opgenomen. Deze ontslaggrond kan alleen worden gebruikt als andere ontslaggronden geen uitweg bieden.

Uit de jurisprudentie blijkt dat aanleiding voor ontslag op andere gronden kan bestaan bij onverenigbaarheid van karakter, een onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding of arbeidsconflict en andere uitzichtloze situaties.

Als een werkgever stelt dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, moet deze stelling met feiten worden onderbouwd. In de regel moet inzichtelijk worden gemaakt dat de arbeidsverhouding is verstoord, dat pogingen om tot een oplossing te komen niet zijn geslaagd en dat herstel van de situatie niet meer mogelijk is. In sommige gevallen is nader onderzoek nodig, waarbij bijvoorbeeld interviews worden gehouden met leidinggevenden en collega’s.

Kan een werkgever aantonen dat de arbeidsrelatie zodanig is verstoord dat een vruchtbare verdere samenwerking niet meer mogelijk is, dat een impasse is ontstaan en dat andere oplossingen binnen de organisatie ontbreken? Dan is de werkgever in beginsel bevoegd eenzijdig ontslag op andere gronden te verlenen.

Omdat ontslag op andere gronden een restcategorie is die niet lichtvaardig moet worden toegepast, is de bevoegdheid om tot een dergelijk ontslag over te gaan doorgaans hoog in de organisatie gelegd.

Als voor ontslag op andere gronden wordt gekozen, is het bestuursorgaan op grond van de rechtspositie verplicht om aanspraak op een minimumuitkering toe te kennen. Het gaat veelal om WW en een bovenwettelijke uitkering; bij gemeenten om een passende regeling. Volgens vaste rechtspraak is naast deze garantie op een minimumuitkeringsregeling een extra ontslagvergoeding verschuldigd als de overheidswerkgever een verwijt kan worden gemaakt in het ontstaan en voortbestaan van de verstoorde arbeidsrelatie. De Centrale Raad van Beroep hanteert de zogenoemde CRvB-formule om de hoogte van deze extra vergoeding te bepalen.

De CRvB-formule

De Centrale Raad van Beroep formuleerde in februari 2013 een ontslagformule voor de berekening van de extra ontslagvergoeding bij ontslag op andere gronden: de CRvB-formule. Deze formule kan worden gezien als de ambtenarenrechtelijke tegenhanger van de kantonrechtersformule in het civiele arbeidsrecht.

De CRvB-formule is alleen van toepassing bij ontslag op andere gronden en geldt dus niet bij andere ontslaggronden. Naast de minimale uitkeringsregeling kan de ambtenaar bij ontslag op andere gronden aanspraak maken op een extra vergoeding als het bevoegd gezag een overwegend aandeel heeft gehad in het ontstaan en voortbestaan van de verstoorde arbeidsrelatie. Dat kan ook het geval zijn als een uitkering op minimumniveau, gelet op de omstandigheden, niet redelijk kan worden geacht.

CRvB-formule: berekening

De formule van de Centrale Raad van Beroep kan als volgt worden samengevat:

A × B × C = hoogte van de extra ontslagvergoeding

A = het bruto maandsalaris, inclusief in ieder geval vakantietoeslag
B = het aantal dienstjaren gedeeld door 2
C = de verwijtbaarheidsfactor

De verwijtbaarheidsfactor C is 0, 0,5, 0,75 of 1, afhankelijk van het aandeel van het bestuursorgaan in de verstoorde arbeidsrelatie:

  • tot 51%: factor C = 0
  • van 51 tot 65%: factor C = 0,5
  • van 65 tot 80%: factor C = 0,75
  • van 80 tot 100%: factor C = 1

Andere factoren

Voor het meewegen van andere factoren, zoals kansen op de arbeidsmarkt, de duur van de werkloosheid, de gezondheidstoestand en reputatieschade, ziet de Centrale Raad van Beroep in beginsel geen aanleiding.

De Raad sluit echter niet uit dat de ambtenaar in bepaalde gevallen op een andere manier tegemoet moet worden gekomen, bijvoorbeeld door het faciliteren van outplacement. De kosten daarvan mogen niet worden afgetrokken van de berekende ontslagvergoeding.

Ook wanneer de ambtenaar door maatregelen van de werkgever, bijvoorbeeld een schorsing, tijdelijk niet heeft gewerkt maar wel salaris heeft ontvangen, mag dit – uitzonderlijke omstandigheden daargelaten – niet leiden tot aftrek van de vergoeding.

Ondersteuning door Vijverberg

Een ontslag op andere gronden vraagt om een zorgvuldige beoordeling van de situatie, het dossier en de toepasselijke rechtspositieregeling. Onze advocaten en adviseurs ondersteunen overheidsorganisaties bij deze beoordeling en bij eventuele onderhandelingen over een vertrekregeling.

Lees ook meer over ontslagrecht binnen het ambtenarenrecht.

Heeft u een vraag over ontslag op andere gronden? Neem contact met ons op via 079 - 3631919 of stuur ons een e-mail.

Advies nodig?

Bel ons: 079-3631919 of stuur een mail. Wij helpen u graag.

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde referentieprojecten

Ondersteuning bij beëindiging impasse

Ondersteuning bij beëindiging impasse

Een medewerker van een politieregio wordt na een langdurige impasse ontslagen. Een jurist van Vijverberg begeleidt het ontslagtraject. Ook vertegenwoordigt deze de korpsleiding in de daarop volgende bezwaar- en beroepsprocedure. Met ondersteuning van de jurist…
Lastig personeelsdossier opgelost

Lastig personeelsdossier opgelost

Bij de gemeente Amstelveen dreigt een lastig personeelsdossier in een juridisch gevecht te ontaarden. Op basis van de stukken en een gesprek met het verantwoordelijk management en de P&O-adviseur adviseert de jurist van Vijverberg in…
Ontslag bij de overheid

Vijverberg pakt dossiers voortvarend op

De gemeente Maassluis heeft Vijverberg gevraagd te adviseren bij twee dossiers waarin problemen met werknemers speelden. In beide dossiers is een strategische lijn uitgezet gericht op afscheid, waarna de adviseur namens de werkgever de contacten…

Ontvang onze publicaties

Volg ons op social media