Politiek verlof onder het arbeidsrecht 

Arbeidsrecht (overheid)

Geschreven door: mr. Liselotte Straathof

Als gevolg van de recente gemeenteraadverkiezingen wijzigt de samenstelling van de gemeenteraden; nieuwe raadsleden zijn gekozen en sommige zittende raadsleden zullen niet zijn herkozen of hebben zich niet opnieuw verkiesbaar gesteld. Raadsleden hebben doorgaans ook een ‘gewone’ baan. Maar hoe kan deze baan gecombineerd worden met het raadslidmaatschap (of in voorkomend geval, het lidmaatschap van een ander publiekrechtelijk college)? 

Nu dit de eerste gemeenteraadsverkiezingen zijn na de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtpositie ambtenaren, gaan wij in deze publicatie in op de verschillen tussen politiek verlof onder het ambtenarenrecht en politiek verlof onder het arbeidsrecht. NB: het gaat hier dus om werknemers die nu onder het gewone arbeidsrecht vallen. Wij geven daarbij praktische handvatten voor het vormgeven van het politiek verlof. Uiteraard ook interessant voor werkgevers van werknemers die een andere politieke rol gaan vervullen!

Politiek verlof en het ambtenarenrecht

Onder het ambtenarenrecht kon de overheidswerkgever een ambtenaar met een functie in een publiekrechtelijk college tijdelijk ontheffen van de waarneming van zijn ambt (artikel 125c Ambtenarenwet). Dit gold zowel voor politieke functies waarbij sprake was van benoeming, als voor functies waarbij sprake was van verkiezing. Eis aan deze ontheffing was dat de politieke werkzaamheden een zodanige omvang hadden dat deze niet tegelijkertijd vervuld konden worden met de ‘gewone’ werkzaamheden. 

Als de ambtenaar niet was ontheven uit zijn functie, kreeg hij buitengewoon verlof voor het bijwonen van vergaderingen en zittingen van het publiekrechtelijk college waar hij onderdeel van uitmaakte. Ook werd verlof verleend voor het verrichten van de werkzaamheden die voortkwamen uit de politieke taak. De overheidswerkgever verleende ontheffing of buitengewoon verlof, tenzij het dienstbelang zich daartegen verzette. Of de bezoldiging gedurende deze periode werd doorbetaald, kon lokaal worden bepaald. 

Politiek verlof en het arbeidsrecht

Onder het arbeidsrecht is politiek verlof geregeld in artikel 7:643 BW. Op grond van dit artikel kan de werknemer van de werkgever verlangen dat deze hem verlof verleent voor het als lid bijwonen van vergaderingen van: 

  • de Eerste Kamer; 
  • de Provinciale Staten;
  • de gemeenteraad;
  • commissies uit deze organen; of
  • het algemeen bestuur van een waterschap. 

Politiek verlof wordt verleend zonder behoud van loon. Wel bouwt de werknemer tijdens politiek verlof vakantie op (artikel 7:635 lid 1 onder e BW). 

Als partijen het onderling niet eens worden over de mate waarin verlof moet worden verleend, stelt de rechter dit op verzoek van de meest gerede partij vast. De rechter beoordeelt in hoeverre in redelijkheid van de werkgever kan worden gevergd dat de werknemer afwezig is. De rechter weegt hierbij nadrukkelijk het belang dat de werknemer om aan de vergaderingen deel te kunnen nemen. De beschikking van de rechter is uitvoerbaar bij voorraad. Anders dan de oude Ambtenarenwet voorziet het BW niet in een ontheffing van de werkzaamheden. 

Dit alles geldt ook voor gedeputeerden, wethouders en leden van het dagelijks bestuur van een waterschap als hun functie niet als een volledige functie wordt bezoldigd. Artikel 7:643 BW blijft buiten toepassing voor groepen werknemers voor wie uit hoofde van verlenging van rijksvergoeding bij of krachtens wet een andere regeling is vastgesteld. 

Ook geldt een opzegverbod. De werkgever kan de arbeidsovereenkomst van de werknemer met politiek verlof niet opzeggen wegens het bijwonen van de vergaderingen. Dit verbod geldt ook als tussen partijen geen overeenstemming bestaat over het verlof en de rechter hier nog niet over heeft beschikt (artikel 7:670 lid 6 BW).

Hoeveel uur politiek verlof?

Als werkgever dien je een werknemer met een bepaalde politieke rol dus verlof te verlenen voor het bijwonen van vergaderingen. Maar wat is nu een redelijk aantal uren om hiervoor beschikbaar te stellen? En wat is de verhouding tussen de belangen van de werkgever en de belangen van de werknemer? Er zijn maar weinig arbeidsrechtelijke uitspraken over dit onderwerp. We lichten hier een aantal uitspraken uit, om te illustreren hoe rechters tegen deze vragen aankijken. 

In 1984 overwoog de kantonrechter Sneek dat de voorganger van artikel 7:635 BW alleen betrekking had op het bijwonen van de vergaderingen van de gemeenteraad en de commissies van de gemeenteraad. Voor de andere werkzaamheden als wethouder verleende de kantonrechter geen verlof. Volgens de kantonrechter woog het belang van de medewerker om te kunnen deelnemen aan de vergaderingen minder zwaar dan het belang van de werkgever om te beschikken over een chef de bureau (de functie van werknemer) die voor 100% voor zijn functie beschikbaar was (ktr. Sneek 4 april 1984, ECLI:NL:KTGSNK:1984:AB8714). 

In een andere uitspraak over de vaststelling van de omvang van politiek verlof overwoog de kantonrechter dat het niet nodig was een bepaling in de arbeidsovereenkomst op te nemen voor het geval dat de werknemer wethouder zou worden. De werknemer kan namelijk op grond van de wettelijke bepalingen aanspraak maken op politiek verlof. Verder overwoog de kantonrechter dat in de moderne bestuurspraktijk van een wethouder niet exact zal kunnen worden vastgesteld hoeveel uur per week hij aan het bijwonen van vergaderingen zal hebben te besteden. De kantonrechter weegt duidelijk de belangen van de werknemer en de werkgever tegen elkaar af. De werknemer heeft voldoende aangetoond dat hij belang heeft bij het bijwonen van de B&W-vergaderingen en de voorbereiding daarvan. Ook is voldoende duidelijk dat een wethouder de gemeente ook op provinciaal en regionaal niveau dient te vertegenwoordigen. De kantonrechter vindt het niet onredelijk om enige tijd te reserveren voor overleg, dat niet steeds in de avonduren plaats zal kunnen vinden. De werkgever heeft in het algemeen aangevoerd dat er geen functies zijn waar minder dan 16 uur per week gewerkt wordt en dat voor managementfuncties een minimum van 32 uur per week geldt. De kantonrechter kwam in dit geval uit op een verlof van 12 uur per week. Uitgaande van een als redelijk ervaren werkweek van 40 per week overdag heeft de werknemer dan 16 uur beschikbaar voor zijn wethoudersfunctie en 24 uur voor zijn eigen of een andere functie bij werkgever (Rb. ’s-Hertogenbosch 6 juli 2006, ECLI:NL:RBSHE:2006:AY1546). 

In de meest recente uitspraak overwoog de kantonrechter Rotterdam dat volgens de wetsgeschiedenis bij de vaststelling van de omvang van het verlof ook rekening moet worden gehouden met de belangen van de werkgever. Dat belang is dan of hij de werknemer nog in voldoende mate ter beschikking heeft en in de bezwaren die de afwezigheid van de werknemer met zich mee brengt. De kantonrechter verduidelijkt dat het gaat om een kwantitatieve toets, geen kwalitatieve toets. Argumenten die zien op het functioneren van de werknemer zijn daarom niet relevant. Ten aanzien van de kwantitatieve toets heeft de werkgever in dit geval geen argumenten naar voren gebracht die volgens de kantonrechter moeten leiden tot afwijzing van het verzoek. De werkgever heeft juist erkend dat er mensen zijn die parttime werken in een soortgelijke functie als werknemer. 

Volgens de kantonrechter valt uit de wetsgeschiedenis niet op te maken dat bij de toekenning van politiek verlof geen rekening hoeft te worden gehouden met voorbereidende werkzaamheden voor vergaderingen of werkbezoeken. Uit de Memorie van Toelichting en Memorie van Antwoord bij het oude BW-artikel volgt dat voor de tijd ten behoeve van deze werkzaamheden/activiteiten moeilijk een maatstaf te vinden is. Juist daarom is het aan de kantonrechter in een individueel geval de omvang van het verlof vast te stellen, waarbij dan alle omstandigheden in ogenschouw kunnen worden genomen. Ook volgt uit die stukken dat de grootte van een fractie een factor is die daarbij een rol kan spelen. De kantonrechter wijst in dit geval 8 uur verlof per week op woensdag toe. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat dat de werknemer fractievoorzitter is van een eenmansfractie, dat de gemiddelde werkbelasting van een Statenlid tevens fractievoorzitter 28 uur per week is en dat bijna alle activiteiten van Provinciale Staten op een woensdag worden gepland. Het verzoek is dan ook niet onredelijk (Rb. Rotterdam 17 januari 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV3777). 

Uit deze uitspraken blijkt dat per geval bezien wordt wat redelijk is met betrekking tot het aantal uren verlof dat wordt verleend voor de politieke activiteiten. De rechter maakt steeds een afweging  van de belangen van de werkgever en de werknemer. Voor werknemers vallend onder de Cao Rijk wordt de omvang van het politiek verlof overigens bepaald aan de hand van paragraaf 4.4 van deze cao. 

Langdurig onbetaald verlof of terugkeergarantie?

Onder het ambtenarenrecht kwam het dus nogal eens voor dat de ambtenaar tijdelijk werd ontheven uit de waarneming van zijn ambt. Het arbeidsrecht voorziet niet in die vorm van politiek verlof. Het arbeidsrecht kent alleen maar het verlof voor het bijwonen van vergaderingen. Wil iemand fulltime een politieke functie gaan vervullen, dan is het aangewezen dat diegene zelf zijn arbeidsovereenkomst opzegt. 

Het verlenen van langdurig onbetaald verlof – indien mogelijk – of het overeenkomen van een terugkeergarantie raden wij werkgevers niet aan. Het is immers op voorhand niet altijd duidelijk hoe lang iemand de politieke functie zal vervullen. Bovendien zullen de werkzaamheden van degene die met verlof gaat gedurende deze periode door iemand anders moeten worden uitgevoerd. Dit kan leiden tot lastige situaties op het moment dat de politicus terug wil keren in zijn functie. Het BW kent, anders dan de rechtspositieregelingen onder het ambtenarenrecht, geen specifieke ontslaggrond voor het ontbreken van een passende functie na terugkeer van politiek verlof. Het verlenen van ontslag is in deze situatie dus een stuk lastiger dan onder het ambtenarenrecht het geval was. Over een uitspraak waarin een terugkeergarantie aan de orde was, schreven wij eerder al dit nieuwsbericht.

Ons advies is de werknemer in een dergelijke situatie zelf de arbeidsovereenkomst op te laten zeggen. Afspraken daarover kunnen eventueel worden vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Neem voor advies in concrete situaties contact met ons op via: 079-3631919

Tips

  • Maak duidelijke afspraken over het aantal uren waarvoor politiek verlof wordt verleend. Zijn er bijvoorbeeld vaste dagen waarop de werknemer vrij dient te zijn voor de politieke activiteiten, of wordt dit flexibel over de week verdeeld?
  • Weeg bij het bepalen van het aantal uur waarvoor politiek verlof wordt verleend de belangen van de werkgever en de werknemer tegen elkaar af. Hoeveel uur is nodig om de functie te kunnen vervullen en hoeveel uur is redelijkerwijs nodig voor de politieke taken?
  • Maak ook goede afspraken over de overdracht en de verdeling van het werk. Wat gebeurt er met de taken die de werknemer door zijn politiek verlof niet meer kan uitoefenen?
  • Het verlenen van langdurig onbetaald verlof of het overeenkomen van een terugkeergarantie adviseren wij in het algemeen niet, omdat dit tot problemen kan leiden als geen passende functie meer beschikbaar is bij beëindiging van de politieke functie. 

Heeft u behoefte aan advies over de te maken afspraken over politiek verlof? Onze advocaten en adviseurs helpen u graag verder. 

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties