Overgang van onderneming: afbouw persoonlijke toeslag is nietig

Arbeidsrecht (overheid)

Geschreven door: mr. Helin Cardakli

Het gerechtshof oordeelt in een recente uitspraak over de bescherming van arbeidsvoorwaarden bij overgang van onderneming. In het arrest staat de vraag centraal of een werkgever na de overgang van onderneming een persoonlijke toeslag mag afbouwen via een contractuele regeling. De persoonlijke toelage was bedoeld om het hogere salaris bij de vorige werkgever te behouden bij de nieuwe werkgever. Het hof oordeelt dat een dergelijke afbouwregeling in dit geval nietig is, omdat zij leidt tot een wezenlijke verslechtering van arbeidsvoorwaarden wegens de overgang van onderneming. Deze uitspraak is van groot belang voor werkgevers en werknemers die te maken krijgen met overgang van onderneming, zeker wanneer de verkrijgende werkgever gebonden is aan een (standaard-)cao. 

Achtergrond van de zaak

De werknemer in deze zaak (hierna: chauffeur) was sinds 1999 in dienst bij Baxter B.V. Op die arbeidsovereenkomst was geen cao van  toepassing. Vast stond dat de chauffeur bij Baxter B.V. een salaris verdiende dat jaarlijks werd verhoogd. Voor de jaarlijkse salarisverhoging gold geen vaste systematiek of cao-gebonden percentage. 

In 2014 vond een overgang van onderneming plaats. De chauffeur trad daardoor in dienst bij een nieuwe werkgever die gebonden was aan een standaard-cao in het goederenvervoer. Het cao-loon lag lager dan het salaris dat de chauffeur verdiende bij Baxter B.V.

Om het salarisniveau te handhaven, werd met de chauffeur een persoonlijke toeslag afgesproken. Tegelijkertijd werd afgesproken dat deze toeslag zou worden afgebouwd bij iedere cao-verhoging. Het gevolg was dat het totale salaris van de chauffeur gedurende een zeer lange periode feitelijk werd bevroren. 

De chauffeur verzette zich tegen deze afbouwregeling en vorderde betaling van de ingehouden toeslagen. De kantonrechter wees die vordering af, waarna de chauffeur in hoger beroep ging. De kern van het geschil is de vraag of de afbouwregeling rechtsgeldig is. 

Volgens de werkgever was de afbouwregeling toegestaan, omdat de cao geen salarisafwijkingen toestaat. Daarom was de toekenning van een persoonlijke toeslag aan de chauffeurs zonder afbouwregeling volgens de werkgever niet gerechtvaardigd. Op grond van de normerende werking van de cao zou het salaris na de overgang automatisch zijn teruggebracht tot het cao-loon als geen afwijkende afspraak gold. De salarisvermindering vloeit volgens de werkgever niet voort uit de overgang van onderneming, maar uit de toepasselijkheid van de cao. Het hof volgt deze redenering niet. 

Juridisch kader: overgang van onderneming

Artikel 7:663 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat bij overgang van onderneming de op dat moment bestaande rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst van rechtswege overgaan op de verkrijgende werkgever. 

Van belang is dat bij Baxter B.V. geen cao gold. Het geschil ging dus niet over het doorwerken van cao-rechten, maar over individuele arbeidsvoorwaarden die de chauffeur bij Baxter B.V. had opgebouwd. Dat betekent dat ook de bescherming van artikel 14a Wet CAO en de daarbij horende Europese jurisprudentie hier niet van toepassing is.

Het hof stelt vast dat het bij Baxter B.V. geldende salaris, inclusief het recht op jaarlijkse salarisverhoging, onderdeel was van de arbeidsovereenkomst en dus mee overging naar de nieuwe werkgever. De toekenning van de persoonlijke toeslag vloeide voort uit de wettelijke verplichting om het bestaande salarisniveau bij overgang van onderneming te respecteren. Die verplichting heeft voorrang op cao-bepalingen, juist omdat deze verplichting van openbare orde is. Nu de cao geen specifieke regeling bevat voor overgang van onderneming, stond het partijen vrij om afspraken te maken die nodig waren om de wettelijke bescherming te effectueren.

Van belang is dat het hof expliciet oordeelt dat sprake was van een verworven recht op salarisverhoging. Hoewel de verhogingen niet volgens vaste maatstaven plaatsvonden, was sprake van een bestendige gedragslijn die gedurende het hele dienstverband werd gevolgd. Het hof oordeelt dat de afbouwregeling daarom nietig is. 

Door de afbouwregeling deden de chauffeurs voorafgaand aan de overgang afstand van hun recht op salarisverhoging. Gezien het aanzienlijke verschil tussen het cao-loon en het oorspronkelijke salaris betekende dit dat zij gedurende vele jaren geen loonontwikkeling zouden doormaken. Voor de chauffeur in deze zaak ging het om bijna tien jaar. Het hof kwalificeert dit als een wezenlijke verslechtering van arbeidsvoorwaarden. Die verslechtering hield rechtstreeks verband met de overgang van onderneming en is daarom niet toegestaan. De werkgever had rekening moeten houden met het bestaande recht op loonstijging, bijvoorbeeld door dit expliciet te verdisconteren in de toeslag of een andere regeling te treffen. Dat de chauffeur in eerste instantie had ingestemd met de afbouwregeling maakt dit niet anders. Een werkgever mag het behoud van de arbeidsovereenkomst bij overgang van onderneming niet afhankelijk stellen van instemming met verslechterde arbeidsvoorwaarden.

Gevolgen voor de vorderingen

Het hof wijst de vordering tot betaling van de persoonlijke toeslag toe, evenals de buitengerechtelijke incassokosten. De wettelijke verhoging wordt gematigd tot nihil, mede vanwege het lange tijdsverloop en de oplopende rente. De verklaring voor recht wordt niet toegewezen, omdat het dienstverband inmiddels is geëindigd en de chauffeur daarbij geen zelfstandig belang meer heeft.

Conclusie

Deze uitspraak onderstreept dat de bescherming bij overgang van onderneming ver gaat. Werkgevers kunnen zich niet verschuilen achter een standaard-cao om verworven individuele arbeidsrechten te beperken. Ook informele of niet-contractueel vastgelegde rechten, zoals structurele salarisverhogingen, kunnen bescherming genieten.

Voor werkgevers geldt dat grote zorgvuldigheid is vereist bij het vormgeven van arbeidsvoorwaarden rond een overgang. Afbouwregelingen die leiden tot langdurige loonbevriezing lopen een groot risico om door de rechter nietig te worden verklaard.

Meer weten over overgang van onderneming en toepassing van de cao voor en na de overgang? Lees ook onze publicatie over het dynamisch incorporatiebeding bij overgang van onderneming

Vragen of advies nodig? Neem contact met ons op.

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties

Hoge Raad verduidelijkt samentellingsregel bij berekening transitievergoeding

Arbeidsrecht (overheid)
Moet een eerder dienstverband meetellen bij de berekening van de transitievergoeding als dat eerdere dienstverband door de werknemer zelf is beëindigd? Het antwoord van de Hoge Raad in haar uitspraak…

Geen transitievergoeding bij wanprestatie… of toch wel?

Arbeidsrecht (overheid)
Geschreven door: mr. Kardelen Öztürk Dat de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden op grond van de gebruikelijke ontslaggronden, zoals disfunctioneren of verwijtbaar handelen, weten de meeste werkgevers. Maar wist u dat…