Slapend dienstverband en vakantieopbouw: Rechtbank Rotterdam zoekt duidelijkheid bij de Hoge Raad

Arbeidsrecht (overheid)

Geschreven door: Lars Onstenk

Bouwt een langdurig zieke werknemer na afloop van de loondoorbetalingsverplichting (tijdens een slapend dienstverband) nog wettelijke vakantiedagen op? Over deze vraag is de afgelopen tijd in de rechtspraak grote verdeeldheid ontstaan. De kantonrechter Rotterdam heeft aangekondigd prejudiciële vragen te gaan stellen aan de Hoge Raad. In deze publicatie zetten wij de nieuwste ontwikkelingen op een rij en vertalen we de gevolgen naar de praktijk.

Terugblik

Eerder oordeelden de kantonrechters in Nijmegen en Arnhem dat een werknemer tijdens de gehele ziekteperiode vakantie-uren opbouwt, ongeacht of er recht bestaat op loon. Volgens de kantonrechters is de bepaling in de Nederlandse wet (artikel 7:634 lid 1 BW) die bepaalt dat een werknemer alleen vakantiedagen opbouwt over de periode dat hij loon ontvangt, in strijd met het Europees recht en het fundamentele recht op vakantie zoals verwoord in het EU-handvest. De minister van SZW gaf in oktober 2025 echter een duidelijk politiek tegengeluid door te stellen dat de huidige Nederlandse wetgeving wel in lijn is met het Europees recht. Hij stelt dat de Europese Arbeidstijdenrichtlijn (Richtlijn 2003/88/EG) herstelrust na arbeid beoogt, een situatie die bij een slapend dienstverband niet aan de orde is omdat er geen werkzaamheden worden verricht. 

Oordeel rechtbank Noord-Nederland

Waar de minister in oktober 2025 enkel een politiek standpunt innam, bekrachtigde de rechtbank Noord-Nederland dit standpunt in december 2025. In deze zaak claimt een werknemer de uitbetaling van 238,35 vakantie-uren die hij zou hebben opgebouwd na het verstrijken van de loondoorbetalingsperiode van 104 weken. De kantonrechter wees dit verzoek resoluut af.

De rechtbank komt tot dit oordeel op basis van drie argumenten:

  1. Geen loon, geen behoud
    De Europese richtlijn spreekt over vakantie met behoud van loon. Bij een slapend dienstverband bestaat er geen recht op loon. Daarom kan er volgens de rechter ook geen sprake zijn van behoud van loon.
  2. Het functionele doel van vakantie
    Vakantie is bedoeld om de werknemer te laten uitrusten van de taken die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst. De rechter oordeelt dat dit doel niet meer behaald kan worden bij een werknemer die niet meer werkt en voor wie re-integratie niet meer aan de orde is.
  3. Sociale zekerheid als vangnet
    De rechter merkt op dat werknemers na einde wachttijd vaak een uitkering ontvangen die tijdens vakantie doorloopt. Hiermee wordt volgens de rechter al op een andere wijze voorzien in vakantie met behoud van inkomen.

Oordeel rechtbank Rotterdam 

In februari 2026 sluit de rechtbank Rotterdam zich in twee afzonderlijke zaken nadrukkelijk aan bij de Groningse lijn. Ook in deze zaken oordelen de kantonrechters dat een slapend dienstverband in feite een inhoudsloze arbeidsovereenkomst is. De werknemer heeft geen re-integratieverplichtingen meer en daarom heeft vakantie geen herstelfunctie. Ook oordelen de rechters dat werknemers met een WIA-uitkering geen financieel nadeel ondervinden bij het opnemen van rust, omdat hun uitkering gewoon doorloopt. Dubbele opbouw is volgens de rechters niet de bedoeling.

Rechtbank Rotterdam wendt zich tot Hoge Raad

De rechtbank Rotterdam constateert in een zeer recente uitspraak van 2 maart 2026 dat kantonrechters verdeeld zijn over deze problematiek en wendt zich tot de Hoge Raad met de volgende prejudiciële vraag: "Bouwt een arbeidsongeschikte werknemer - anders dan artikel 7:634 lid 1 BW bepaalt - vakantiedagen tegen loonwaarde op tijdens een slapend dienstverband?" Partijen in die specifieke procedure hebben tot uiterlijk 16 maart 2026 de tijd gekregen om zich over dit voornemen uit te laten.

Cao-bepalingen

In de publieke sector sluiten de collectieve arbeidsvoorwaarden momenteel nauw aan bij de wettelijke systematiek van het Burgerlijk Wetboek. Zowel de Cao Gemeenten als de Cao Provinciale sector koppelen het recht op vakantieopbouw aan de periode waarin recht bestaat op loon.

Gezien de loondoorbetalingsplicht bij ziekte in beide cao’s na 104 weken eindigt, wordt de opbouw in de huidige uitvoeringspraktijk na twee jaar stopgezet. Omdat specifieke bovenwettelijke afspraken over opbouw tijdens een slapend dienstverband ontbreken, leunen de cao’s op de tekst van artikel 7:634 lid 1 BW. 

Conclusie voor de praktijk 

Voor werkgevers en werknemers is door de verschillende oordelen grote onzekerheid ontstaan. Er is licht aan het einde van de tunnel, maar het duurt nog even voordat we het oordeel van de Hoge Raad weten. De vraag rijst dan hoe je als werkgever in de tussentijd moet handelen.

Ons advies is voorlopig uit te gaan van het niet opbouwen van vakantiedagen na einde wachttijd. Dit totdat de Hoge Raad duidelijkheid geeft.

Wees ook alert bij het opstellen van vaststellingsovereenkomsten en maak duidelijke afspraken over het wel/niet opbouwen en uitbetalen van verlof. Bij vragen kunt u contact opnemen met onze specialisten en wij houden uiteraard de ontwikkelingen voor u in de gaten!

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties

Bedrijfsarts leidend bij toets re-integratieverslag: wat verandert er?

Arbeidsrecht (overheid)
Geschreven door: mr. Rowie van Coevorden Een werkgever die het advies van de bedrijfsarts volgt, kan nu nog een loonsanctie krijgen als het UWV later anders oordeelt over de belastbaarheid…

Hoge Raad verduidelijkt samentellingsregel bij berekening transitievergoeding

Arbeidsrecht (overheid)
Geschreven door: Mr. Lisa van Roekel Moet een eerder dienstverband meetellen bij de berekening van de transitievergoeding als dat eerdere dienstverband door de werknemer zelf is beëindigd? Het antwoord van…

Latere publicaties