Wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen en de gevolgen voor bestaande regelingen

Bestuursrecht

Geschreven door: mr. Annet van Soest

Het wetsvoorstel “Versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen” treedt per 1 juli 2022 in werking. De wet versterkt de positie bij besluitvorming en de controlerende rol van gemeenteraden door hen meer inspraak te geven bij het treffen van gemeenschappelijke regelingen en bij het nemen van besluiten door de besturen daarvan. Gemeenschappelijke regelingen (GR’en) hebben tot 1 juli 2024 de tijd om het wetsvoorstel te implementeren en de regelingen aan te passen. In deze publicatie zetten we de wijzigingen op een rij en geven we aan welke aanpassingen in de bestaande GR’en nodig zijn om aan de wet te voldoen. 

Vooraf
In deze publicatie spreken wij voor het gemak alleen over gemeenten en de gemeentelijke organen. Tenzij anders aangegeven gelden de wijzigingen ook voor GR’en van provincies, waterschappen en BES-eilanden en zijn zij van toepassing op GR‘en in de vorm van een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan en de bedrijfsvoeringsorganisatie

1.    Zienswijze op ontwerpregeling
In de nieuwe wet krijgen gemeenteraden de mogelijkheid bij het treffen of wijzigen van een GR vooraf een zienswijze te geven op het ontwerp daarvan. Dit geldt voor regelingen waaraan colleges of burgemeesters deelnemen, maar niet voor regelingen waaraan de gemeenteraden zelf deelnemen. Dan hebben de gemeenteraden sowieso inspraak op de inhoud van de regeling. De colleges of burgemeesters zenden het ontwerp van de regeling naar de gemeenteraden. Tot 8 weken na ontvangst kunnen gemeenteraden een zienswijze indienen. Heeft een gemeenteraad geen behoefte aan het indienen van een zienswijze, dan laat hij dat zo snel mogelijk weten aan het college of de burgemeester. Het recht een zienswijze in te mogen dienen vloeit straks rechtstreeks voort uit artikel 1 Wgr en is van toepassing op alle vormen waarin een GR zich kan voordoen. 

2.    Bepalingen omtrent wijziging, opheffing, toetreding, uittreding
Niet alleen GR’en voor onbepaalde tijd, ook GR’en voor bepaalde tijd moeten straks regels bevatten over wijziging, opheffing, toetreding en uittreding (artikel 9 Wgr). Niet alleen de gevolgen van uittreding moeten worden vastgelegd, ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden moeten in de GR zelf worden opgenomen. De bepalingen over uittreding omvatten in ieder geval bepalingen over de gevolgen voor het vermogen van de GR voor de deelnemende gemeenten.

3.    Zienswijze op voorgenomen besluiten
Uit de tekst van een GR moet straks blijken op welke voorgenomen besluiten de gemeenteraden een zienswijze kunnen geven (artikel 10 Wgr). Er mag ook geregeld worden dat de raad in geen enkel geval een zienswijze in kan dienen. Bestaat de mogelijkheid wel en dient een gemeenteraad een zienswijze in, hoe werkt het dan? Het dagelijks bestuur of het bestuur van de GR stelt voorafgaand aan de besluitvorming, de gemeenteraden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze en de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Ook het algemeen bestuur - als dat aanwezig is - wordt op de hoogte gesteld. 

4.    Betrekken van burgers
De wijziging van de Wgr introduceert de mogelijkheid burgers (ingezetenen van de deelnemers en andere belanghebbenden) te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de GR (artikel 10 Wgr). In een GR moet worden opgenomen of burgers betrokken worden en zo ja, op welke wijze en bij welke beslissingen. Dat laatste zal afhangen van de mate waarin het door de gemeenschappelijke regeling gevoerde beleid de belangen van ingezetenen en andere belanghebbenden raakt.

5.    Evaluatie
Iedere GR moet een bepaling bevatten over de evaluatie van de regeling. De bepaling kan inhouden dat niet wordt geëvalueerd. Wordt wel geëvalueerd dan zullen de bepalingen gaan over wat wordt geëvalueerd, hoe vaak en op welke wijze (nieuw artikel 11a Wgr).

6.    Actieve informatieplicht 
Er komt een algemene informatieverplichting voor het bestuur van de GR: het moet de raden van alle deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen verstrekken die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken (artikel 17 Wgr). De informatieplicht is dus niet beperkt tot te nemen of genomen besluiten. In de GR moet worden vastgelegd op welke wijze de inlichtingen worden verstrekt. 

7.    Een gemeenschappelijke adviescommissie
De gemeenteraden gezamenlijk kunnen het algemeen bestuur van een openbaar lichaam voorstellen een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen (artikel 24a Wgr). Het algemeen bestuur moet dan aan het verzoek voldoen en regelt de bevoegdheden, taken en werkwijze. De adviescommissie bestaat uit raadsleden en behartigt de belangen van de gemeenteraden. Niet iedere gemeenteraad hoeft een lid af te vaardigen. De commissie ondersteunt de gemeenteraden bij de voorbereiding van besluitvorming met betrekking tot de GR en adviseert zowel de gemeenteraden als het algemeen bestuur. De bedoeling is het voor de deelnemers eenvoudiger te maken het functioneren van een GR tijdig bij te sturen. De leden van de commissie komen in aanmerking voor een vergoeding (artikel 24a Wgr). Deze wijziging geldt niet voor de BES-eilanden.

8.     Veranderingen in begrotingscyclus
Enkele data waarvoor stukken toegezonden moeten worden, wijzigen in die zin dat meer ruimte voor controle ontstaat (artikelen 34, 34b en 35 Wgr). Voor de BES-eilanden gelden deze wijzigingen niet.

Wijzigingen in de Gemeentewet


9.    Gemeenschappelijke onderzoekscommissie (enquêterecht)
De gemeenteraden kunnen gezamenlijk met de andere deelnemende raden of provinciale staten, op voorstel van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers aan de GR, een onderzoek instellen naar het gevoerde bestuur door die GR. Een gezamenlijke onderzoekscommissie wordt dan ingesteld, waaraan alle raden deelnemen (nieuwe artikelen 155 g en h Gemeentewet). Dit recht is er niet wanneer de regeling uitsluitend is getroffen door raden en/of provinciale staten. Provincies en de BES-eilanden krijgen een vergelijkbare bevoegdheid. Waterschappen niet.

10.    Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers
Met de wijziging van artikel 184 Gemeentewet wordt verduidelijkt dat lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, bevoegd zijn onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een GR. Toegevoegd is dat een rekenkamer de andere rekenkamers van de deelnemers informeert op het moment dat een dergelijk onderzoek wordt ingesteld. 

Conclusie & Tips voor de praktijk

 

  • Implementatie van de wet vereist aanpassing van de tekst van bestaande GR’en op tenminste de volgende onderwerpen:
    • wijziging, opheffing, toetreding in regelingen voor bepaalde tijd
    • uittreding uit een GR voor onbepaalde en bepaalde tijd
    • bieden van gelegenheid tot het geven van een zienswijze op voorgenomen besluiten
    • burgerparticipatie
    • evaluatie van de GR
    • actieve informatieplicht
  • Uit de wetswijziging vloeit niet diréct voort dat de termijnen voor het toezenden van de (ontwerp)begroting, algemene financiële en beleidsmatige kaders, voorlopige jaarrekening en zienswijzetermijn moeten worden aangepast. Toch is aanpassing nodig wanneer de GR de termijnen vermeldt en deze aangepast (moeten) worden.
  • Start tijdig met de voorbereidingen en het overleg dat nodig is om tot wijziging van een GR te komen. Sommige wijzigingen kunnen tot flinke discussies leiden die tijd in beslag nemen.
  • Ook is het verstandig als het gaat om een GR met een openbaar lichaam, vooraf de discussie ‘wel of niet een gemeenschappelijke adviescommissie’ te voeren en niet af te wachten of de gemeenteraden daar uit zichzelf mee komen. Wordt een adviescommissie ingesteld, dan stelt het algemeen bestuur een regeling vast met de bevoegdheden, taken en werkwijze.

Advies of hulp nodig?

Vragen over gemeenschappelijke regelingen? Wij adviseren u graag. Bel ons (079-3631919)of stuur een mail.

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties

Latere publicaties