Omgevingswet

Het omgevingsrecht is nu te vinden in 26 wetten, 120 AMvB’s en 65 visies op het gebied van bouw, natuur, waterbeheer en ruimtelijke ordening. In de nieuwe Omgevingswet, 4 AMvB’s en een ministeriële regeling worden deze regelingen samengebracht. Dan ontstaat een samenhangend en inzichtelijk stelsel van planning, besluitvorming en procedures in het omgevingsrecht. De Eerste Kamer heeft de Omgevingswet in maart 2016 aangenomen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is al meerdere keren uitgesteld.

Omgevingswet en omgevingsplan

Een nieuw en belangrijk instrument is het omgevingsplan. Iedere gemeenteraad is verplicht voor het gehele grondgebied van de gemeente een omgevingsplan vast te stellen. Het omgevingsplan heeft veel weg van het huidige bestemmingsplan, maar heeft een verruimde reikwijdte. In het omgevingsplan wordt ook een aantal gemeentelijke verordeningen, zoals de kapverordening en de monumentenverordening opgenomen. Het omgevingsplan biedt de gemeente mogelijkheden voor locatiespecifiek onderscheid door middel van de toedeling van functies aan locaties, die een enkel kadastraal perceel kunnen betreffen, maar ook een ruimer gebied.

Het is de bedoeling van de wetgever om afscheid te nemen van tal van vereisten die nu gelden voor het bestemmingsplan. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • geen vaste planhorizon (nu tien jaar) en daarom ook geen actualiseringsplicht meer;
  • de eis van de uitvoerbaarheid van het plan binnen de planperiode vervalt;
  • globale functietoedeling wordt mogelijk;
  • latere beoordelingsmomenten worden mogelijk, waardoor het omgevingsplan niet altijd een directe ‘bouwtitel’ hoeft op te leveren;
  • gebodsbepalingen zijn straks toegestaan; en
  • de gemeenteraad heeft de vrijheid om specifiek overgangsrecht met mogelijkheden tot maatwerk te formuleren.

Deze wijzigingen brengen grote veranderingen mee voor gemeenten. De ervaren specialisten van Vijverberg kunnen u begeleiden bij het doorvoeren van deze wijzigingen. Wij adviseren u bij het doorvoeren van de wijzigingen en staan u bij in eventuele procedures tegen uit de Omgevingswet voortvloeiende besluiten. 

Als gemeente moet u tijdig met de voorbereiding van de implementatie van de nieuwe Omgevingswet beginnen. Onze specialisten volgen de laatste ontwikkelingen op de voet. Heeft u advies nodig, bijvoorbeeld over (analyses betreffende de) bepalingen omtrent de bruidsschat, dan kunt u bij onze advocaten en adviseurs terecht. 

Ook bieden wij uiteenlopende cursussen omgevingsrecht aan voor uw organisatie. Wij hebben de juiste expertise in huis en nemen u aan de hand van praktijkvoorbeelden mee in de materie. Meer weten? Neem contact met ons op voor de mogelijkheden.

Omgevingsvergunning onder de Omgevingswet

In de Omgevingswet komen toestemmingen op het terrein van de fysieke leefomgeving samen. De vergunningplicht, zoals nu opgenomen in de Wabo, wordt aangevuld met de vergunningplicht uit de Waterwet, Ontgrondingenwet, (gedeeltelijk) de Spoorwegwet, de Wet bodembescherming en vergunningen op basis van hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer.

De vergunning voor bouwen wordt gesplitst in een bouwtechnische vergunning en een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Of voor een bouwactiviteit een omgevingsvergunning nodig is, wordt in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bepaald. Daarnaast kan de gemeente in het omgevingsplan een vergunningplicht opnemen voor het bouwen en in stand laten van bouwwerken. Dit is dan een vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit.

Wij kunnen u adviseren over de vraag of voor een bepaalde activiteit een vergunning nodig is, aan welke voorschriften moet worden voldaan en welke voorbereidingsprocedure van toepassing is. 

Omgevingswet en flexibiliteitsmogelijkheden (AMvB’s)

Eén van de verbeterdoelen van de Omgevingswet is het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken. Die flexibiliteitsmogelijkheden zijn met name geregeld in de uitvoeringsregelgeving. Het gaat daarbij om:

  • het Omgevingsbesluit (Ob);
  • het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal);
  • het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); en
  • het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Hoe de flexibiliteitsmogelijkheden uitpakken wordt pas inzichtelijk bij de vaststelling van het omgevingsplan en is met name afhankelijk van de uiteindelijke keuzes die de gemeente daarin maakt. De vier uitvoerings-AMvB’s geven de grenzen aan waarbinnen dit dient te gebeuren en maken duidelijk op welke onderwerpen van de fysieke leefomgeving veel of weinig flexibiliteit wordt geboden.

Advies nodig?

Bel ons: 079-3631919 of stuur een mail. Wij helpen u graag.

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde referentieprojecten

In-company cursus actualiteiten Awb/omgevingsrecht

In-company cursus actualiteiten Awb/omgevingsrecht

Een omgevingsdienst wil voor medewerkers van de Afdelingen Toetsing & Vergunningverlening en Toezicht & Handhaving de cursus Actualiteiten Awb laten verzorgen. De cursus heeft als doelstelling de cursisten op de hoogte te brengen van de…
Senior juridisch planologisch medewerker

Senior juridisch planologisch medewerker

Vijverberg levert een senior juridisch-planologisch medewerker die verantwoordelijk is voor het coördineren van vergunningen binnen projecten en voor het proces van het tot stand komen van inpassingsplannen en eventuele m.e.r.-procedures binnen infrastructurele- en gebiedsontwikkelingsprojecten.
Vervanging in verband met zwangerschapsverlof

Vervanging in verband met zwangerschapsverlof

In verband met een zwangerschapsverlof heeft een gemeente behoefte aan een senior jurist omgevingsrecht. Naast het fungeren als vraagbaak voor (complexe) juridische vraagstukken, levert de jurist ook een bijdrage aan het verbeteren van de werkprocessen…

Ontvang onze publicaties

Volg ons op social media