Stichting of coöperatie: rechtsvormkeuze voor gemeenten en overheden

Aanbestedingsrecht en contractenrecht

Bij het aangaan van een samenwerking of bij het extern onderbrengen van publieke taken staan gemeenten en andere overheden regelmatig voor een belangrijke keuze: welke rechtsvorm is het meest geschikt? In de praktijk wordt daarbij vaak gekozen tussen een stichting of een coöperatie. Hoewel deze rechtsvormen op het eerste gezicht vergelijkbaar lijken, verschillen zij in structuur, zeggenschap en mogelijkheden om publieke belangen te borgen. 

In deze publicatie bespreken wij wanneer een stichting of een coöperatie voor overheden de meest passende rechtsvorm is en welke aandachtspunten daarbij relevant zijn bij de inrichting en samenwerking met publieke en private partijen.

Stichting en coöperatie: de basis

Een stichting is een rechtspersoon met een bepaald doel, zonder leden of aandeelhouders. Het bestuur realiseert dat doel. Vaak richt een stichting zich op een ideëel of maatschappelijk doel, zoals het ondersteunen van een goed doel, het bevorderen van cultuur of het beheren van vermogen. Een stichting keert geen winst uit aan oprichters of bestuurders. Eventuele opbrengsten besteedt zij volledig aan haar doel. Hierdoor leent de stichting zich goed voor non-profitorganisaties.

Een coöperatie is ook een rechtspersoon, maar heeft wel leden. Deze leden werken samen om een gezamenlijk economisch voordeel te behalen. Ondernemers en zelfstandigen gebruiken de coöperatie vaak om hun krachten te bundelen, bijvoorbeeld voor gezamenlijke inkoop, marketing of het delen van faciliteiten. In tegenstelling tot een stichting mag een coöperatie winst uitkeren aan haar leden. Daardoor vormt de coöperatie een flexibele rechtsvorm voor samenwerkingen met een zakelijk karakter.

De coöperatie biedt meer flexibiliteit in de interne organisatie, terwijl de stichting formeler is ingericht. De aansprakelijkheid verschilt eveneens. Bestuurders van een stichting kunnen onder omstandigheden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld bij wanbestuur. Bij een coöperatie hangt de aansprakelijkheid af van de gekozen vorm, zoals U.A., B.A. of W.A. Binnen een coöperatie kunnen leden bestuurders direct benoemen en ontslaan, terwijl dit bij een stichting doorgaans alleen via een toezichthoudend orgaan of de rechter mogelijk is. 

Bij een coöperatie met U.A. (Uitgesloten Aansprakelijkheid) sluit de coöperatie de aansprakelijkheid van leden uit. Leden hoeven in dat geval niet bij te dragen aan een tekort bij een faillissement. Bij een coöperatie met B.A. (Beperkte Aansprakelijkheid) beperkt de coöperatie de aansprakelijkheid van de leden tot een vooraf vastgesteld maximum. De statuten leggen dit maximum vast. Bij een coöperatie met W.A. (Wettelijke Aansprakelijkheid) zijn de leden hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort van de coöperatie. Schuldeisers kunnen leden in dat geval aanspreken voor de volledige schuld.  

A- en B-leden: zeggenschap binnen een coöperatie 

Binnen de coöperatie kunnen verschillende categorieën leden worden onderscheiden, zoals A- en B-leden. A-leden vormen doorgaans de kern van de coöperatie. Zij nemen actief deel aan de beleidsvorming en stemmen over belangrijke besluiten, zoals de begroting, de benoeming van bestuurders en statutenwijzigingen. Daarmee sturen zij de organisatie. B-leden vervullen een beperktere rol. Zij nemen wel deel aan de algemene ledenvergadering, maar hun stemrecht is beperkt tot specifieke onderwerpen. Zo blijven zij betrokken zonder volledige verantwoordelijkheid te dragen voor het beleid. 

Het onderscheid tussen A- en B-leden hoeft daarbij niet uitsluitend betrekking te hebben op de stemverhouding. In de statuten kan ook worden bepaald dat bepaalde besluiten zijn voorbehouden aan A-leden of dat zij ten aanzien van specifieke onderwerpen een vetorecht hebben.

Leden en gebruikers: verschillende rollen

Naast A- en B-leden is er ook een onderscheid bij de coöperatie mogelijk tussen leden en gebruikers. Leden nemen deel aan de organisatie en beïnvloeden het beleid. Gebruikers nemen alleen diensten af en hebben geen zeggenschap.

Dit onderscheid speelt vooral een rol wanneer veel partijen gebruikmaken van de diensten, maar slechts een beperkte groep de organisatie aanstuurt. De relatie met gebruikers wordt doorgaans contractueel vormgegeven. Zij betalen voor de afgenomen diensten, maar verkrijgen daarmee geen stemrecht of invloed op het beleid. Dit voorkomt dat operationele belangen van gebruikers de strategische besluitvorming domineren.

Zeggenschap en tegenmacht binnen de stichting 

De stichting kent geen leden of aandeelhouders, waardoor een vanzelfsprekende scheiding tussen eigenaarschap en bestuur ontbreekt. Dit kan de aanwezigheid van tegenmacht beperken. Om dit te ondervangen, kan de stichting een Raad van Toezicht (RvT) of een vergelijkbaar orgaan instellen waarin externe partijen zitting nemen en toezicht houden op het bestuur. Als ultimum remedium kan de rechter in uitzonderlijke gevallen het bestuur ontslaan, op verzoek van het Openbaar Ministerie of een belanghebbende.

De rol van publieke partijen

Een coöperatie biedt ook ruimte om publieke partijen, zoals gemeenten of andere overheden, te laten deelnemen. Wanneer een publieke partij een wettelijke taak heeft die raakt aan de activiteiten van de coöperatie, kan deelname als A-lid passend zijn. In dat geval beschikt zij over voldoende zeggenschap om haar publieke verantwoordelijkheid te waarborgen. In andere situaties kan een B-lidmaatschap volstaan. De publieke partij is dan wel betrokken, maar zonder volledige beleidsverantwoordelijkheid. Zij kan bijvoorbeeld advies- of instemmingsrechten krijgen ten aanzien van specifieke onderwerpen van publiek belang. Hierdoor kunnen publieke belangen worden geborgd, zonder dat de publieke partij een operationele of commerciële rol krijgt binnen de coöperatie.

De stichting biedt ruimte aan publieke partijen om een rol te vervullen binnen de organisatie. Zij kunnen bijvoorbeeld plaatsnemen in de RvT, waar zij toezicht houden en controle uitoefenen. Deze inrichting waarborgt een heldere scheiding tussen uitvoering en toezicht. De invloed van publieke partijen blijft daarbij indirect, aangezien zij geen formele zeggenschap hebben over de besluitvorming. Anders dan bij de coöperatie kent de stichting bovendien geen ledenstructuur die partijen in staat stelt om mee te beslissen of hun publieke verantwoordelijkheid rechtstreeks tot uitdrukking te brengen.

Indien een publieke partij namens de Staat deelneemt aan de oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon, kunnen aanvullende wettelijke eisen gelden. Op grond van de Comptabiliteitswet 2016 kan bijvoorbeeld een voorhangprocedure bij de Staten-Generaal vereist zijn. Dit betekent dat het voornemen tot oprichting vooraf wordt gemeld aan het parlement. Bij samenwerking met publieke partijen kan daarnaast het aanbestedingsrecht een rol spelen.

Conclusie

De keuze tussen een stichting en een coöperatie hangt af van uw doelstellingen en de manier waarop u wilt samenwerken. Een stichting past bij een ideëel doel zonder winstoogmerk, terwijl een coöperatie geschikt is voor samenwerking gericht op economisch voordeel. Ook de inrichting van de governance en de rol van betrokken partijen zijn daarbij van belang.

Maak vooraf een zorgvuldige afweging om problemen achteraf te voorkomen. Laat u daarom goed adviseren over de juridische gevolgen van uw keuze. Heeft u vragen, neem dan gerust contact op met onze specialisten contractenrecht. Wij helpen u graag verder. 

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties

Begrotingssubsidie: recht op mededinging, het slotstuk?

Aanbestedingsrecht en contractenrecht
Bestuursrecht
Geschreven door: Zoë Blankestein In eerdere publicaties hebben wij al stilgestaan bij de mededingingsplicht bij subsidies. Op 30 oktober 2024 bespraken wij de uitspraak van de rechtbank Limburg. Daarin werd…

Als afspraken wankelen: schade, boetes en rangorde (3/3)

Aanbestedingsrecht en contractenrecht
Geschreven door: Zoë Blankestein Een samenwerking begint met wederzijds vertrouwen. Toch gaat het niet altijd zoals gepland. Soms worden afspraken niet (volledig) nagekomen of is de overeenkomst op punten onduidelijk…

Eerdere publicaties

Aanbestedingsrecht en contractenrecht, Bestuursrecht
Aanbestedingsrecht en contractenrecht

Latere publicaties

Geen latere publicaties beschikbaar.