Kennisgeving van een omgevingsvergunning: volstaat de elektronische weg?

Bestuursrecht

Wanneer een belanghebbende bezwaar wil maken tegen een besluit, dan moet hij dat binnen zes weken nadat het besluit is bekendgemaakt doen. De bekendmaking van het besluit is dus bepalend voor het moment waarop de bezwaartermijn gaat lopen. Is het bezwaarschrift te laat ingediend, dan rust op bezwaarde de plicht om te onderbouwen dat de termijnoverschrijding niet aan hem kan worden toegerekend. Om ervoor te zorgen dat derden op de hoogte worden gesteld van (bekendgemaakte) besluiten, moet op bij wet voorgeschreven wijze kennis worden gegeven van die besluiten.

In onderhavige casus die leidde tot de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 19 november 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3628), speelt de vraag of enkel elektronische publicatie volstaat of dat het college van burgemeester en wethouders van Arnhem (hierna: het college), ook op papier kennis had moeten geven van de omgevingsvergunningen, zodat derde-belanghebbenden hier kennis van konden nemen.

Casus

Het college verleent op 8 maart 2018 en 16 maart 2018 omgevingsvergunningen voor het transformeren van kantoorgebouwen tot appartementen met voorzieningen. Deze omgevingsvergunningen worden op 9 maart 2018 en 19 maart 2018 bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Op 21 maart 2018 en 28 maart 2018 publiceert het college kennisgevingen van de omgevingsvergunningen in het elektronisch Gemeenteblad van Arnhem.

De exploitant van een evenementencomplex (Gelredome) dat zich in de nabijheid van de kantoorgebouwen bevindt, maakt bezwaar. Zij vreest dat zij in haar exploitatiemogelijkheden wordt beperkt. De exploitant dient de bezwaarschriften echter te laat in. Het college verklaart de exploitant niet-ontvankelijk. De exploitant stelt zich in de rechterlijke procedure op het standpunt dat de termijnoverschrijding haar niet kan worden toegerekend, aangezien het college enkel op elektronische wijze heeft kennisgegeven van de verleende omgevingsvergunningen. Het college had dit volgens de exploitant ook op papier moeten doen, bijvoorbeeld in een huis-aan-huisblad.

Wettelijk kader kennisgeving omgevingsvergunning

Artikel 3.8 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) bepaalt dat het bevoegd gezag onverwijld kennis geeft van de aanvraag om een omgevingsvergunning in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. Uit artikel 3.9, aanhef en eerste lid, onder a van de Wabo volgt dat als het bevoegd gezag de vergunning verleent, hij mededeling doet van die beschikking op de wijze waarop het overeenkomstig artikel 3.8 kennis heeft gegeven van de aanvraag. Indien de aanvraag digitaal is gepubliceerd in het elektronisch gemeenteblad, dan moet de kennisgeving van de verlening ook op deze wijze worden gepubliceerd.

Artikel 2:14, tweede lid, van de Awb bepaalt echter dat voor berichten die zijn gericht aan een onbepaalde groep van personen (zoals omgevingsvergunningen) kennisgeving in beginsel niet uitsluitend elektronisch plaatsvindt. Kennisgeving moet dus ook op papier plaatsvinden, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Een gemeente heeft dus de mogelijkheid om in een verordening te bepalen dat kennisgeving op papier niet langer nodig is en volstaan kan worden met elektronische bekendmaking.

De gemeenteraad van Arnhem heeft in artikel 2, tweede lid, van de Verordening elektronische publicatie gemeente Arnhem (hierna: de Verordening), bepaald dat het elektronisch Gemeenteblad kan worden gebruikt voor de kennisgeving van besluiten die tot een of meerdere belanghebbenden zijn gericht.
Het college meent daarom dat het gelet op deze bepaling papieren kennisgeving achterwege kon laten. Volgens de exploitant bepaalt de Verordening slechts dat kennisgeving in het Gemeenteblad mag worden gebruikt en dus niet dat de omgevingsvergunningen enkel elektronisch bekend hoeven te worden gemaakt.

Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak

De Afdeling stelt voorop dat onder berichten als bedoeld in artikel 2:14, tweede lid, van de Awb ook mededelingen als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid, van de Wabo moeten worden begrepen. Deze mededelingen zijn, anders dan de bekendmaking van een besluit op een aanvraag om omgevingsvergunning aan de aanvrager zelf, berichten die niet tot een of meer geadresseerden zijn gericht. De artikelen 3.8 en 3.9, eerste lid, van de Wabo vormen geen 'lex specialis' ten opzichte van artikel 2:14, tweede lid, van de Awb. Artikel 2:14, tweede lid, van de Awb geeft een nadere invulling aan de in de artikelen 3.8 en 3.9, eerste lid, van de Wabo geboden mogelijkheid om de kennisgevingen en mededelingen op een andere geschikte wijze te doen.

De conclusie van de Afdeling is daarom dat op grond van deze artikelen het voor verleende omgevingsvergunningen vereist is dat kennis wordt gegeven op ten minste één niet-elektronische wijze, tenzij bij verordening anders is bepaald. De Afdeling volgt echter de exploitant in haar standpunt dat in de Verordening niet wordt bepaald dat kennisgeving van besluiten enkel op elektronische wijze geschiedt. Het college had hier niet mogen volstaan met een elektronische kennisgeving.

Vervolgens onderzoekt de Afdeling of de termijnoverschrijding door de exploitant verschoonbaar is. De Afdeling overweegt dat de exploitant tijdig op de hoogte had kunnen zijn van de verlening van de omgevingsvergunningen, omdat op het moment dat de Verordening van kracht is geworden, op de Gemeentepagina in het papieren huis-aan-huisblad steeds expliciet is vermeld dat bekendmakingen kunnen worden ingezien op www.overheid.nl of op afspraak. Volgens de Afdeling had de exploitant dus op de hoogte kunnen zijn van de verleende omgevingsvergunningen. Van de exploitant werd dus verwacht dat zij de elektronische kennisgeving zou vinden. Volgens de Afdeling is het moeten raadplegen van de website www.overheid.nl niet problematisch. Daar komt bij dat een medewerker van de gemeente de exploitant tijdig per e-mail erop heeft gewezen dat een aantal vergunningen was verleend ten behoeve van de transitie van kantoorgebouwen nabij het evenementencomplex.

Wetsvoorstel elektronische publicaties

In het wetsvoorstel elektronische publicaties (Kamerstukken II 2018/19, 35218, nr. 2) wordt voorgesteld om artikel 3.8, eerste (vol)zin van de Wabo te wijzigen in: “Het bevoegd gezag geeft bij toepassing van titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht tevens onverwijld kennis van de aanvraag om een omgevingsvergunning op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze.” Artikel 12 van de Bekendmakingswet zoals dat zal komen te luiden als het voorstel wet wordt, verwijst naar de verplicht in te voeren digitale publicatiebladen van provincies, gemeenten e.d. (het nieuwe artikel 2 van de Bekendmakingswet). Ook voor de uitgebreide voorbereidingsprocedure zal een vergelijkbare wijziging worden doorgevoerd in artikel 3.15 van de Wabo. Voordeel van deze nieuwe regeling is dat voortaan alle digitale bekendmakingen via overheid.nl zijn te raadplegen. Het gebruik ervan door decentrale overheden is nu nog vrijwillig, maar wordt volgens het voorgestelde artikel 2, achtste lid van de Bekendmakingswet verplicht.

Conclusies en tips

  • Let er – bij de reguliere procedure uit de Wabo - goed op dat de bezwaartermijn begint te lopen de dag na verzending van de omgevingsvergunning aan de aanvrager. De kennisgeving hiervan vindt vaak later plaats. Als derde-belanghebbende heb je dan ook vaak minder dan zes weken na het bekend worden met de omgevingsvergunning, de tijd om bezwaar te maken.
  • Decentrale overheden kunnen in lagere regelgeving bepalen dat uitsluitend elektronische bekendmaking volstaat.
  • Wil je als decentrale overheid ook kennisgevingen alleen elektronisch doen, regel dit dan expliciet in de verordening.
  • Wel is aanvullend op de niet-elektronische bekendmaking of kennisgeving verzending langs elektronische weg toegestaan.

 

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties

Latere publicaties

26-03-2020
Ambtenarenrecht, Bestuursrecht
27-03-2020
Bestuursrecht