Circulaire toepassing Wet modernisering verlofregelingen bij de rijksoverheid

Ambtenarenrecht

Op 29 maart 2017 is de circulaire met betrekking tot de toepassing van de Wet modernisering verlofregelingen bij de rijksoverheid gepubliceerd in de Staatscourant.

Als gevolg van de invoering van de Wet modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden per 1 januari 2015 is een aantal bepalingen in de Wet Arbeid en Zorg (hierna: WAZO) gewijzigd. In de circulaire wordt ingegaan op de wijzigingen in de WAZO sinds 1 januari 2015 en de wijzigingen die hierdoor noodzakelijk zijn voor het ARAR.

Het is opvallend dat dit de eerste keer is dat de invoering van de Wet Normalisering Ambtelijke rechtspositie (WNRA)voelbaar wordt voor functionarissen die werken met het ARAR. Vanwege de invoering van de WNRA is besloten om de wijzigingen als gevolg van de invoering van de Wet modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden en de wijzigingen in de WAZO, niet door te voeren in de tekst van het ARAR. Reden voor dit besluit is dat wordt verwacht dat het ARAR met ingang van 1 januari 2020 (de geplande datum voor de normalisatie van de ambtelijke rechtspositie) zal komen te vervallen.

Om ervoor te zorgen dat u de betreffende ARAR-bepalingen correct toepast, kunt u vanaf 1 april 2017 niet langer volstaan met het naslaan van deze bepalingen in uw ARAR-bundel. U zult de bijlage bij Circulaire 2017-0000135863 en eventueel nog te verschijnen circulaires bij de hand moeten hebben om vast te stellen hoe de betreffende ARAR-bepalingen moet worden gelezen.

Wijzigingen verlof per 1 april 2017

Per 1 april 2017 geldt dat het tussentijds beëindigen van ouderschapsverlof wegens onvoorziene omstandigheden (33g, ARAR) niet langer leidt tot het vervallen van de niet genoten uren. Conform artikel 6:6, lid 2 van de WAZO geldt vanaf 1 april 2017 voor ambtenaren binnen de sector Rijk dat de niet genoten uren worden opgeschort en door de ambtenaar op een later moment alsnog kunnen worden genoten. Voor wat betreft het terugbetalen bij ontslag van het betaald ouderschapsverlof geldt dat dit is beperkt tot de laatste 36 maanden waarin voor het verlaten van de sector Rijk betaald ouderschapsverlof is genoten. Voor ouderschapsverlof dat voor 1 januari 2015 is aangevraagd en is goedgekeurd geldt dat hierop de oude voorwaarden van toepassing blijven die golden voorafgaand aan de wijziging van de WAZO.

Eveneens is per 1 april 2017 een wijziging doorgevoerd in de toepassing van het kort zorgverlof en calamiteitenverlof. In de WAZO is sinds 1 januari 2015 al opgenomen dat dit verlof kan worden aangevraagd voor de verzorging van personen die deel uitmaken van de huishouding van de ambtenaar of waarmee de ambtenaar een andere sociale relatie heeft. Dit was nog niet verwerkt in het ARAR. Met de publicatie van de circulaire geldt de betreffende WAZO-bepaling ook voor rijksambtenaren. In aanvulling op de bepaling in de WAZO geldt voor rijksambtenaren dat op grond van het ARAR sprake is van volledige doorbetaling van de bezoldiging.

Wijzigingen verlof per 1 juli 2017

Per 1 juli 2017 staat nog een wijziging in het ARAR op stapel. Per genoemde datum geldt voor ambtenaren binnen de sector Rijk dat zij niet langer één jaar in dienst hoeven te zijn voordat zij ouderschapsverlof kunnen aanvragen. Deze beperking was opgenomen in artikel 33g, lid 4, van het ARAR. Met het schrappen van deze voorwaarde kan iedere rijksambtenaar direct bij zijn indiensttreding ouderschapsverlof aanvragen. Er zit echter wel één addertje onder het gras. Voor betaald ouderschapsverlof blijft gelden dat de ambtenaar minimaal één jaar in dienst moet zijn voordat hij hierop een beroep kan doen. Ouderschap dat in het eerste jaar van de aanstelling wordt genoten is daarmee per definitie onbetaald.

Klik hier voor een overzicht van de wijzigingen in de WAZO vanaf 1 januari 2015.

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties