Wetsvoorstel modernisering vervanging en verlof van politieke ambtsdragers komt tegemoet aan kritiek op huidige regeling

Begin december 2025 schreven wij al over het tijdelijk ontslag bij zwangerschap voor raadsleden. Op 8 december 2025 is de internetconsultatie ‘Wet modernisering vervanging en verlof van politieke ambtsdragers’ (hierna: het Wetsvoorstel) verschenen. In dit wetsvoorstel wordt gehoor gegeven aan de kritiek en discussie die online is ontstaan over het tijdelijk ontslag.

De huidige situatie

Zoals besproken in de publicatie van 2 december 2025, hebben raadsleden een andere positie dan werknemers. Raadsleden hebben geen recht op zwangerschapsverlof, maar kunnen op grond van de Kieswet om ‘tijdelijk ontslag’ verzoeken. 

Met het Wetsvoorstel wordt tegemoetgekomen aan de kritiek en de wens tot modernisering van de huidige regeling omtrent ‘tijdelijk’ ontslag. We bespreken hieronder de belangrijkste wijzigingen van het Wetsvoorstel.

Het Wetsvoorstel

In het Wetsvoorstel:

  • wordt de termijn geflexibiliseerd waarvoor volksvertegenwoordigers en dagelijks bestuurders zich kunnen laten vervangen;
  • worden de wettelijke beperkingen opgeheven voor volksvertegenwoordigers om zich bij aanvang van het ambt wegens zwangerschap en bevalling te kunnen laten vervangen;
  • wordt de in de Kieswet gebruikte term ‘tijdelijk ontslag’ vervangen; en
  • worden de verlofvormen voor dagelijks bestuurders uitgebreid.

De termijn

Door de in de huidige wetgeving vastgelegde vaste vervangingstermijn van zestien weken komt het regelmatig voor dat volksvertegenwoordigers en dagelijks bestuurders te vroeg weer aan het werk gaan of onnodig lang vervangen worden. Volgens het Wetsvoorstel geldt nog steeds een eerste initiële periode van zestien weken met de mogelijkheid om deze periode stapsgewijs uit te breiden.

Aan artikel X10 van de Kieswet worden twee nieuwe leden toegevoegd die zien op de verlenging van de periode waarin het raadslid is ontheven van het lidmaatschap. Het nieuwe lid 5 en 6 bepalen dat de ontheffingsperiode op verzoek wordt verlengd met een of meer periode(n) (tot een maximum van vier periodes) van vier weken. De verlengingsperiode is nu nog éénmaal zestien weken. 

De Provincie-, Gemeente-, en Waterschapswet worden op gelijke wijze gewijzigd.

Verlof bij aanvang van het ambt

Op basis van de huidige regeling kan een raadslid tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de uitgerekende bevaldatum tijdelijk ontslag aanvragen. Als een raadslid wordt benoemd binnen vier weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum, dan is het aanvragen van tijdelijk ontslag dus niet meer mogelijk en blijft de zetel leeg.

Om beter aan te sluiten op de praktijk, regelt het Wetsvoorstel dat bij zwangerschap van één kind ook om tijdelijke vervanging kan worden gezocht als het raadslid binnen zes weken of minder voor de vermoedelijke datum van bevalling is toegelaten als lid van een vertegenwoordigend orgaan. Bij zwangerschap van een meerling, geldt dat dit mogelijk is als het raadslid binnen tien weken of minder voor de vermoedelijke datum van bevalling is toegelaten. 

Het Wetsvoorstel regelt ook dat een vrouw die zwanger is van een meerling gedurende de zittingsperiode van een vertegenwoordigend orgaan al vanaf tien weken voor de vermoedelijke bevaldatum met zwangerschaps- en bevallingsverlof kan gaan. In alle gevallen blijft wel de minimale vervangingsperiode van zestien weken gelden.

De terminologie 

Hoewel het tijdelijk ontslag geen juridisch nadelige gevolgen heeft voor betrokkenen, heeft het kabinet begrip voor de weerstand tegen het gebruik van deze term in de huidige tijd. Daarom is gekozen voor een andere term, binnen de ruimte die de Grondwet hiervoor biedt, die geen ongewenste connotaties heeft én die duidelijk blijft maken dat de volksvertegenwoordiger tijdelijk het ambt niet vervult.

Waar in de Kieswet op dit moment nog wordt gesproken van “verleent aan een lid van dat orgaan op diens verzoek tijdelijk ontslag” moet dit volgens het Wetsvoorstel worden aangepast naar “ontheft een lid van dat orgaan op diens verzoek van het lidmaatschap”. Deze termen worden op gelijke wijze in de Provincie-, Gemeente-, en Waterschapswet gewijzigd.

Uitbreiding verlofsoorten

Ondanks dat raadsleden (en andere volksvertegenwoordigers) de wens hebben geuit om de vervangingsgronden te moderniseren en uit te breiden, is het kabinet van mening dat de bijzondere positie van het raadslid met zich meebrengt dat beperkt moet worden omgegaan met de vervangingsgronden. De vervangingsregeling moet immers uitvoerbaar blijven en bij uitbreiding van de vervangingsgronden, zullen er ook meer volksvertegenwoordigers nodig zijn die zich beschikbaar stellen om een raadslid tijdelijk te vervangen. De regering voorziet dat dat problematisch zal zijn. Er zijn onvoldoende zwaarwegende redenen om de vervangingsgronden uit te breiden en daarvoor de Grondwet te wijzigen.

Anders dan voor volksvertegenwoordigers, is uitbreiding van de verlofvormen voor dagelijks bestuurders wel mogelijk. Er bestaat voor hen geen grondwettelijk bezwaar om dit aan te passen, omdat de samenstelling en grootte van bijvoorbeeld een college geen onderwerp is dat in de Grondwet is geregeld. Ook de gronden waarop een dagelijks bestuurder kan worden vervangen of verlof op kan nemen zijn niet in de Grondwet opgenomen. Dit heeft tot gevolg dat een dagelijks bestuurder geen tijdelijk ontslag hoeft te nemen om vervangen te kunnen worden en wel verlof kan opnemen. Voor een uitbreiding van verlofvormen is geen wijziging van de Grondwet nodig, maar slechts een wijziging van de Provincie-, Gemeente-, en Waterschapswet. In deze wetten wordt per verlofvorm een apart artikel ingevoegd met een regeling ten aanzien van het verzoek tot verlof en de bepaling van de duur van dat verlof. Het gaat dan om verlof 1. in verband met de adoptie van een kind, 2. in verband met de bevalling van de partner en 3. in verband met verzorging van naasten.

Conclusie

Het Wetsvoorstel is een stap in de goede richting en komt in ieder geval tegemoet aan de kritiek op de term ‘tijdelijk ontslag’, vanuit principieel oogpunt misschien wel het belangrijkste kritiekpunt. Toch biedt het Wetsvoorstel niet voor alle kritiekpunten een oplossing. Zo blijft de initiële verlofperiode standaard zestien weken. Dit terwijl uit de toelichting bij het Wetsvoorstel volgt dat de vaste vervangingstermijn ervoor zorgt dat raadsleden soms te snel aan het werk moeten, of zich juist te lang laten vervangen. Het Wetsvoorstel biedt flexibiliteit bij het verlengen van de tijdelijke vervanging, maar er wordt geen oplossing geboden voor raadsleden die al eerder dan de zestien weken aan de slag willen. Ook worden de vervangingsgronden voor raadsleden niet uitgebreid.

De internetconsultatie sluit op 16 februari 2026. Uiteraard houden we u op de hoogte bij nieuwe ontwikkelingen.