Van Work naar Werk, what’s in the name?

Deze week is een kort geding uitspraak gepubliceerd waarin een loonvordering centraal staat van een uitzendkracht die tijdens haar arbeidsongeschiktheid geen loon ontving. De kernvraag is of sprake is van een overgang van onderneming en of haar nieuwe werkgever, Werk & Beyond B.V., als werkgever moet worden aangemerkt.

Feiten en achtergrond

Werkneemster trad per 1 maart 2024 in dienst bij Work & Beyond en werkte via dit bureau bij een inlener. In juni 2024 meldde zij zich ziek. In plaats van loonbetaling werd zij door haar werkgever verwezen naar het UWV. Ondanks herhaalde vragen bleef loonbetaling uit.

Opvallend is dat Work & Beyond eind 2025 uit het handelsregister werd uitgeschreven wegens het ontbreken van baten. Intussen was een nieuwe entiteit opgericht: Werk & Beyond B.V., onder leiding van dezelfde bestuurder. Werkneemster hervatte na herstel haar werkzaamheden feitelijk ongewijzigd via deze nieuwe vennootschap. Werk & Beyond B.V deelt werkneemster vervolgens mee dat de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2026 niet wordt verlengd.

Werkneemster vordert vervolgens achterstallig loon, wettelijke verhoging (ruim €18.500) en rente. Zij legt hieraan ten grondslag dat haar arbeidsovereenkomst van rechtswege is overgegaan van Work & Beyond naar Werk & Beyond.

Werk & Beyond wijst de vordering af. Er is geen sprake van overgang van onderneming en werkneemster moet haar loonvordering richten aan Work & Beyond.

Centrale rechtsvraag: is sprake van overgang van onderneming?

De beoordeling draait om artikel 7:662 BW: is sprake van overgang van een economische eenheid die haar identiteit behoudt? De rechter past de bekende criteria toe (zoals uit het Spijkers-arrest): onder meer de aard van de onderneming, overdracht van personeel en klanten, continuïteit van activiteiten en organisatorische samenhang.

De kantonrechter acht meerdere omstandigheden doorslaggevend:

  • Feitelijke voortzetting van activiteiten: werkneemster verrichtte na haar herstel exact dezelfde werkzaamheden bij dezelfde inlener.
  • Continuïteit in aansturing: dezelfde bestuurder bleef haar aanspreekpunt.
  • Overname personeel: ook andere werknemers gingen over naar de nieuwe vennootschap.
  • Overname klantenbestand: de werkgever benaderde actief klanten om mee te gaan naar de nieuwe onderneming; de inlener deed dat ook.
  • Gelijke bedrijfsactiviteiten: beide vennootschappen exploiteren een uitzendbureau.
  • Geen echte nieuwe arbeidsovereenkomst: de gestelde nieuwe arbeidsovereenkomst was niet ondertekend en dus niet overtuigend.

Het verweer van Werk & Beyond dat geen activa of administratie zijn overgedragen wordt verworpen. De kantonrechter benadrukt dat geen van de factoren op zichzelf beslissend is; het gaat om het totaalbeeld. In dit geval wijst dat totaalbeeld duidelijk op continuïteit van de onderneming.

De oprichting van Werk & Beyond is naar het oordeel van de rechter feitelijk een splitsing van de oorspronkelijke onderneming, wat de conclusie ondersteunt dat sprake is van overgang van onderneming.

De kantonrechter komt tot het oordeel dat in een bodemprocedure zeer waarschijnlijk zal worden geoordeeld dat sprake is van overgang van onderneming. Dat betekent dat:

  • alle rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst automatisch zijn overgegaan en Werk & Beyond dus gehouden is tot betaling van het achterstallige loon.

Omdat de werkgever de hoogte van de vordering niet inhoudelijk heeft betwist, worden alle gevorderde bedragen toegewezen.

Praktische betekenis

Deze uitspraak benadrukt nog maar eens dat rechters bij overgang van onderneming sterk kijken naar de feitelijke realiteit en niet, of in ieder geval minder, naar formele constructies. Het “leeg achterlaten” van een vennootschap en voortzetten via een nieuwe entiteit biedt geen bescherming tegen werknemersclaims als de bedrijfsactiviteiten materieel worden voortgezet.

Voor de praktijk betekent dit:

  • de out- of insourcing van werkzaamheden, splitsingen en doorstarts moeten zorgvuldig worden ingericht;
  • het risico op overgang van onderneming ontstaat al snel bij behoud van personeel, klanten en/of  activiteiten;
  • het niet naleven van betalingsverplichtingen aan werknemers kan eenvoudig “meeverhuizen” naar een nieuwe entiteit.

Voor werknemers en hun adviseurs biedt deze uitspraak juist aanknopingspunten om loonvorderingen veilig te stellen.

Conclusie

De kantonrechter kiest duidelijk voor materiële bescherming van de werknemer. Deze uitspraak bevestigt opnieuw dat overgang van onderneming een inhoudelijk en feitelijk toetsingskader kent, waarin constructies op papier weinig gewicht hebben als de praktijk iets anders laat zien.

Heeft u vragen of speelt er bij uw organisatie mogelijk een overgang van onderneming? Neem dan contact met ons op. Onze specialisten staan klaar om uw vragen te beantwoorden.