Raad van State bevestigt: artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo is geen vangnet voor lastige Woo-verzoeken
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 december 2025 duidelijkheid gegeven over het gebruik van artikel 5.1, vijfde lid, van de Wet open overheid (hierna: de Woo). Deze bepaling wordt in de praktijk regelmatig ingezet als restgrond om gevoelige informatie niet openbaar te hoeven maken. De Afdeling bevestigt nu dat dit niet is toegestaan: het vijfde lid is uitsluitend bedoeld voor uitzonderlijke situaties die niet al onder een andere uitzonderingsgrond van artikel 5.1 van de Woo vallen.
De zaak: goed functioneren gemeente valt onder een andere grond
In de voorliggende zaak beriep het college van burgemeester en wethouders zich op artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo. Volgens het college zou openbaarmaking van passages over meldingen rond de oud-burgemeester en diens vertrek het goed functioneren van het ambtelijk apparaat aantasten, en daarmee onder andere de gemeente onevenredig benadelen.
De Afdeling volgt deze redenering niet. Uit de memorie van toelichting blijkt dat het vijfde lid alleen bedoeld is voor uitzonderlijke gevallen die niet al worden beschermd door het eerste en tweede lid van artikel 5.1. Het door het college aangevoerde belang (het goed functioneren van een publiekrechtelijk lichaam) wordt al beschermd door artikel 5.1, tweede lid, onder i, van de Woo. Omdat dit belang dus al in het tweede lid wordt genoemd, kan geen sprake zijn van een uitzonderlijk geval in de zin van het vijfde lid.
Gevolg: artikel 5.1, vijfde lid, is geen restgrond
Deze uitspraak bevestigt dat artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo niet mag worden gebruikt als restgrond of vangnet. Bestuursorganen moeten:
- eerst nagaan of een van de in het eerste of tweede lid genoemde uitzonderingsgronden van toepassing is, en
- het vijfde lid alleen inzetten als daadwerkelijk sprake is van een ander, niet-genoemd belang dat onevenredig zou worden benadeeld.
Met andere woorden: het vijfde lid is geen “reserveknop” voor gevallen waarin de meer specifieke gronden net niet lijken te passen of de motivering lastig is.
Een voorbeeld van een situatie waarin artikel 5.1, vijfde lid, van de Woo wél kan worden toegepast, is wanneer een document onjuiste informatie bevat. Uit een eerdere uitspraak van de Afdeling volgt bijvoorbeeld dat openbaarmaking van bedrijfsnamen in toezichtrapportages die achteraf onjuist bleken te zijn, kan leiden tot een onevenredige benadeling van de genoemde bedrijven (ECLI:NL:RVS:2023:2679).
Hoe Vijverberg Advocaten & Adviseurs u kan helpen
Bij Vijverberg Advocaten & Adviseurs ondersteunen wij overheden dagelijks bij het afhandelen van Woo-verzoeken. Wij zijn gespecialiseerd in de Woo en beschikken over een gespecialiseerd team dat Woo-verzoeken integraal kan beoordelen en afhandelen, inclusief het motiveren van de juiste uitzonderingsgronden.
Daarnaast verzorgen wij cursussen over de Woo, zowel via open inschrijving als in-company, waarin we uitgebreid ingaan op:
- het kiezen en motiveren van de juiste uitzonderingsgrond(en);
- de laatste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak;
- praktische handvatten voor juristen, Woo-coördinatoren en beleidsmedewerkers.
Wilt u weten wat deze uitspraak concreet betekent voor uw Woo-praktijk of wilt u uw organisatie beter toerusten op Woo-verzoeken? Neem contact met ons op of bekijk hier ons cursusaanbod.