Wijziging Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek: privacy in geding

Bestuursrecht

Een aanvraag voor een huisvestingsvergunning weigeren op grond van politiegegevens, of omdat een verklaring omtrent het gedrag (VOG) ontbreekt. Die mogelijkheid biedt wetsvoorstel 34314, de nieuwe ‘Rotterdamwet’, die ter behandeling ligt bij de Tweede Kamer. De Raad van State stelt in haar advies dat de maatregel geen gerechtvaardigde inmenging vormt op grondrechten.

‘Rotterdamwet’

De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) geeft gemeenten onder meer de mogelijkheid om in aangewezen gebieden geen woningen toe te wijzen aan mensen zonder inkomen uit arbeid. Ook kunnen specifieke groepen, zoals hoger opgeleiden, voorrang krijgen. De voorgestelde wetswijziging biedt gemeenten daarnaast de mogelijkheid om preventief te screenen en mensen met een strafrechtelijk verleden, extremistische antecedenten of notoire overlastveroorzakers te weren.

Aanleiding wijziging Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Momenteel wordt in meer dan vijftien gemeenten een vorm van screening van woningzoekende huurders op basis van politiegegevens toegepast, zonder dat hiervoor een wettelijke grondslag bestaat. In het kader van de integrale aanpak van de leefbaarheid wil de regering -als ultimum remedium- die wettelijke grondslag creëren en gemeenten de mogelijkheid geven om woningzoekenden met een crimineel of overlastgevend verleden preventief te weren in gebieden waar de veiligheid en leefbaarheid onder druk staat.

Inhoud wijziging Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek

Op aanvraag van de gemeenteraad kan de Minister een complex, straat of gebied aanwijzen waar selectieve woningtoewijzing kan worden toegepast. Het verzoek moet gemotiveerd zijn, en de minister toetst vervolgens of het gevraagde instrument geschikt, noodzakelijk, proportioneel (evenredig) én subsidiair is (er is geen ander middel waarmee het doel kan worden bereikt met een geringere beperking van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer). Daarnaast moet de huisvestingsverordening van de gemeente het mogelijk maken dat bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning voor een woning in een aangewezen complex, straat of gebied, screening op basis van een VOG of op basis van politiegegevens plaatsvindt.

Bij een onderzoek op basis van politiegegevens verstrekt de politiechef van de regionale eenheid de gegevens en voorziet deze van een duiding. Het college van burgemeester en wethouders (het college) beoordeelt de gegevens aan de hand van de in de wet genoemde criteria. Zonder VOG, of als onderzoek van de politiegegevens resulteert in een gegrond vermoeden dat huisvesting leidt tot een toename van overlast of criminaliteit, wordt in de aangewezen gebieden geen huisvestingsvergunning verleend, of worden voorschriften aan de vergunning verbonden.

Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)

In de Wpg en het Besluit politiegegevens wordt expliciet aangegeven aan wie en onder welke voorwaarden informatie uit politiegegevens kan worden verstrekt. Voor de verstrekking van politiegegevens onder het wetsvoorstel moet een grondslag worden gecreëerd. Artikel 4:2 van het Besluit politiegegevens wordt aangepast, zodat aan het college structureel politiegegevens kunnen worden verstrekt. De grondslag voor die aanpassing ligt in artikel 18 van de Wpg. Het criterium in dit artikel, de aanwezigheid van een zwaarwegend algemeen belang, vergt dat terughoudend met de verstrekking van gegevens moet worden omgegaan. Op het moment dat de politiegegevens verstrekt zijn aan het college vallen ze onder het regime van de Wbp, aldus de Memorie van Toelichting.

Raad van State kritisch op beperking grondrechten

De Afdeling advisering van de Raad van State (de Afdeling) beoordeelt de maatregelen in het voorstel als een ernstige inbreuk op grondrechten. Dat geldt ook voor het recht op privacy, onderdeel van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zoals beschermd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Aan de voorwaarden voor beperking van de grondrechten is niet voldaan. Er missen gegevens die inzicht geven in de aard, omvang en ernst van het probleem van overlastgevend gedrag. Of de maatregelen het doel rechtvaardigen, kan daarom niet worden afgewogen. Ook mist de Afdeling een dragende motivering waarom de bestaande wettelijke mogelijkheden niet effectief zijn. De effectiviteit van het voorstel acht de Afdeling ook niet aangetoond, onder meer vanwege het “waterbedeffect” waarbij het probleem zich slechts verplaatst naar een andere buurt.

Met betrekking tot privacy is de Afdeling extra kritisch op het gebruik van politiegegevens, omdat de noodzaak van het gebruik hiervan naast de VOG niet is aangetoond. Bij de keuze om het onderzoek van de politiegegevens neer te leggen bij het college mist de Afdeling een zorgvuldige afweging tussen het belang van het meewegen van lokale problematiek bij de screening en de privacy van de betrokkenen.

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties

Eerdere publicaties