Uitvoeringswet AI-verordening: veel toezichthouders, weinig nationale regels

Bestuursrecht

Geschreven door: mr. Lisa Doeleman

De Europese AI-verordening introduceert nieuwe regels voor het ontwikkelen en gebruiken van kunstmatige intelligentie (AI). Deze regels worden gefaseerd van toepassing. Sinds 2 februari 2025 zijn bepaalde AI-systemen verboden en moeten organisaties zorgen dat werknemers voldoende kennis hebben van AI. Vanaf 2 augustus 2026 gelden aanvullende eisen voor AI-systemen met een hoger risico. Deze datum kan nog worden uitgesteld, omdat het Europees Parlement recent een amendement heeft aangenomen. 

Om toezicht op de naleving mogelijk te maken, moet wettelijk worden vastgelegd welke toezichthouders verantwoordelijk zijn voor het toezicht. Daarom bracht het kabinet op 20 april 2026 het wetsvoorstel Uitvoeringswet AI-verordening in internetconsultatie. In deze publicatie leggen we uit hoe het toezicht er volgens dit wetsvoorstel uit gaat zien.

Wat bepaalt de AI-verordening over toezicht?

De AI-verordening regelt toezicht op zowel Europees als nationaal niveau. Op Europees niveau is het AI Office verantwoordelijk voor de handhaving en uitvoering van de verordening. Op nationaal niveau moet elke lidstaat één of meer bevoegde autoriteiten aanwijzen die toezicht houden op de naleving van de regels. Daarnaast moet elke lidstaat één markttoezichtautoriteit aanwijzen als centraal aanspreekpunt voor het publiek en voor andere lidstaten en Europese instellingen. 

Het Nederlandse toezichtstelsel

Het kabinet kiest ervoor om tien bestaande toezichthouders extra taken te geven op het gebied van AI. Iedere toezichthouder houdt toezicht binnen de eigen sector. Enkele voorbeelden:

  • De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op AI-systemen in de zorg.
  • De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op de AI-systemen die verband houden met productveiligheid.
  • De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht op de AI-systemen in draadloze apparaten, zoals telefoons en routers.

Voor AI-systemen die niet duidelijk binnen een bestaande sector vallen, wordt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) verantwoordelijk. Dit betreft onder meer: 

  • verboden AI-praktijken;
  • transparantie-eisen;
  • hoog risico-toepassingen, zoals AI-systemen voor werving en selectie, onderwijs en beroepsopleiding, uitkeringen en rechtshandhaving. 

De minister van Economische Zaken en Klimaat wordt het centrale contactpunt voor de AI-verordening. 

Twee coördinerende toezichthouders
Naast haar toezichthoudende taak krijgt de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) samen met de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) een coördinerende rol binnen het toezichtstelsel. Zij bewaken de samenwerking tussen toezichthouders en zorgen voor afstemming van werkwijzen.

Daarnaast richten de AP en de RDI een AI regulatory sandbox in: een gecontroleerde testomgeving waarin organisaties AI-systemen kunnen ontwikkelen en testen onder toezicht. Dit helpt organisaties om vroegtijdig te voldoen aan regelgeving en geeft toezichthouders inzicht in de mogelijke risico’s van nieuwe AI-systemen. 

Maximale harmonisatie: weinig ruimte voor nationale regels 

Het Nederlandse wetsvoorstel bevat verder weinig aanvullende regels. Dat komt doordat de AI-verordening een Europese verordening is die direct geldt in alle lidstaten. Nederland hoeft deze regels dus niet eerst om te zetten in nationale wetgeving. 

Het doel van de AI-verordening is een gelijk speelveld binnen Europa. Daarom streeft de EU naar regels die in alle lidstaten hetzelfde zijn. Dit betekent dat:

  • lidstaten de AI-verordening moeten toepassen in hun nationale recht;
  • lidstaten geen ruimte hebben om eigen aanvullende regels te maken.

Zo wordt voorkomen dat bedrijven en organisaties in verschillende landen met uiteenlopende regels te maken krijgen. Dat kan namelijk leiden tot onzekerheid en belemmeringen voor innovatie en handel binnen de Europese Unie. 

Wél deregulering, geen herregulering 

Nu de AI-verordening van kracht is, mogen lidstaten zelf geen aanvullende regels meer vaststellen over AI-systemen. De Europese wetgeving is leidend. De AI-verordening richt zich vooral op AI-systemen met een hoog risico, verboden toepassingen en algemene AI-modellen. Volgens de Europese Commissie valt het overgrote deel van de huidige AI-systemen niet in die risicocategorieën. Voor deze grote middengroep gelden de strenge regels uit de verordening dus niet. Omdat Nederland voor deze systemen ook geen eigen wetten mag bedenken, gelden straks voor veel AI-toepassingen geen specifieke aanvullende AI-regels. Het ontbreken van regels wordt voor deze categorie dus de nieuwe standaard. 

Wat betekent dit voor organisaties?

Organisaties moeten zich goed voorbereiden op de AI-verordening en de Uitvoeringswet. Belangrijk is dat u:

  • een volledig overzicht heeft van de door uw organisatie gebruikte AI-toepassingen;
  • transparant bent over AI-systemen met een hoog risico en deze systemen actief monitort;
  • richtlijnen opstelt voor het gebruik van prompts en invoergegevens om discriminerende uitkomsten te voorkomen;
  • werknemers traint in AI-geletterdheid; 
  • zorgt voor menselijk toezicht op AI-gebruik.

Tot 1 juni 2026 kunt u reageren op de internetconsultatie van dit wetsvoorstel. Na sluiting bekijken de ministeries alle reacties en passen zij het wetsvoorstel waar nodig aan. Daarna volgt een verslag met uitkomsten. 

Heeft u vragen over dit wetsvoorstel? Neem dan gerust contact met ons op via 079 - 3631919. Onze adviseurs en advocaten denken graag met u mee.

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties

Nieuw afwegingskader voor overheden bij beslissing over hoger beroep

Bestuursrecht
Geschreven door: Bao-Nhi Trinh Overheden moeten bij de keuze voor hoger beroep voortaan nadrukkelijker kijken naar de persoonlijke gevolgen voor de burger. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft onlangs…

Derden kunnen belanghebbenden zijn bij boetebesluiten

Bestuursrecht
Geschreven door: Bao-Nhi Trinh Een bestuurlijke boete raakt in de eerste plaats de overtreder. Toch kunnen ook derden soms een direct belang hebben bij zo’n boetebesluit. Dat blijkt uit een…