Feitenonderzoek naar gesjoemel bij afvalinzameling

Ambtenarenrecht

Afvalinzameling kost geld en bedrijven en particulieren proberen soms op creatieve wijze onder de kosten uit te komen. Een bekend euvel is dat afval onderhands aan de chauffeur wordt meegegeven, tegen betaling van een ‘fooi’ of een vergoeding in natura: bij de slager een zakje vleeswaren, bij de groenteboer een kistje groente, etc. Een particuliere afvalinzamelaar krijgt de melding dat enkele chauffeurs met regelmaat meer afval meenemen dan contractueel is vastgelegd met de klant en daarvoor beloningen aannemen. Het bedrijf start een onderzoek.

Onderzoek naar de feiten

Het bedrijf observeert de chauffeurs, maakt filmopnamen en confronteert een chauffeur met de verdenking. Het verwijt aan de werknemer is dat hij in strijd met het strakke interne beleid op het meenemen van extra afval toch extra afval van klanten heeft meegenomen en dit niet (volledig) heeft geregistreerd in het systeem en dat hij voor het meenemen van extra afval beloningen van klanten heeft aangenomen. Deze verwijten worden afzonderlijk en tezamen als dringende reden voor ontslag aangemerkt. Er volgt ontslag op staande voet en een voorwaardelijke ontbinding. Bij de kantonrechter houdt het ontslag stand.

Hoger beroep

In hoger beroep overweegt het gerechtshof Den Haag (2 augustus 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2442) dat een ontslag op staande voet gelet op de omstandigheden van de chauffeur (20-jarig dienstverband, zijn onweersproken onberispelijke staat van dienst, de persoonlijke gevolgen van het ontslag, mede gezien zijn slechte kansen op de arbeidsmarkt, zijn eenzijdige werkervaring en de restgevolgen van een eerder herseninfarct) niet verleend mag worden voor het meenemen – zonder volledige registratie - van het extra afval. Dat zou alleen mogelijk zijn als vaststaat dat de chauffeur daarvoor ook geld heeft aangenomen. Nu had de chauffeur dat aanvankelijk wel erkend, maar het hof is zeer kritisch over het hoorgesprek dat de onderzoekers met de chauffeur voerden.

Vaststelling feiten: het hoorgesprek

Het hof acht van belang dat het hoorgesprek van de chauffeur onaangekondigd plaatsvond, dat hij werd geconfronteerd met feiten die niet op hem betrekking hadden en de onderzoekers hem in de waan lieten dat dit wel het geval was, dat de onderzoekers de chauffeur onjuiste informatie over de registratie van het afval gaven en dat de gestelde vragen suggestief en gesloten waren (‘hoeveel geld heeft u ontvangen voor het extra afval’)? Het gerechtshof Den Haag is daarvan niet gecharmeerd. De chauffeur betwist niet dat hij wel eens geld heeft aangenomen van klanten, maar wel dat hij geld heeft aangenomen in ruil voor het meenemen van extra afval. De werkgever krijgt van het hof de gelegenheid alsnog aan te tonen dat dat wel het geval is.

Voldoende normstelling?

Had de werkgever er alles aan gedaan om de interne norm over het meenemen van extra afval duidelijk te maken? Je zou denken van wel. Ook zonder aansporing begrijpt een chauffeur uiteraard dat hij zijn werkgever benadeelt als hij tweemaal de afgesproken contractuele hoeveelheid afval meeneemt en die hoeveelheid niet juist registreert. Het bedrijf had de medewerkers zelfs een brief gestuurd dat het meenemen van extra afval niet is toegestaan. En de betrokken medewerker bevestigt dat hij de brief kent en de norm begrijpt. Dat hij normafwijkend gedrag heeft vertoond staat daarmee vast, al beschouwt hij het meenemen van extra afval als dommigheid en serviceverlening naar de klant.

De werkgever doet er goed aan vast te leggen dat ook het aannemen van geld, betaling in natura en fooien niet is toegestaan. Het verschil tussen het ontvangen van een betaling of het krijgen van een fooi is immers vrijwel niet te bewijzen. Geld aannemen kan dan niet meer onder de vlag van het accepteren van een fooi worden weggepoetst.

Zorgvuldig feitenonderzoek

Zelfs met duidelijke normstellingen vooraf en kennelijk geconstateerde overtredingen moet een feitenonderzoek zorgvuldig plaatsvinden. Wat is van belang?

  • De feiten moeten zorgvuldig komen vast te staan. In dit geval ontstaat twijfel of het ontvangen van een betaling gekoppeld is aan het meenemen van extra afval. Na het feitenonderzoek had dat duidelijk moeten zijn.
  • Het confrontatiegesprek met de werknemer moet zorgvuldig worden uitgevoerd. Het gaat om een vormvrij gesprek dat veelal onaangekondigd plaatsvindt om een authentieke verklaring te verkrijgen. In dat gesprek mag de onderzoeker de werknemer wel confronteren met zijn gedragingen, maar mag hij uiteraard geen onjuiste informatie verkondigen om de werknemer op het verkeerde been te zetten.
  • Het zou vaste lijn moeten zijn om een dergelijk gesprek digitaal op te nemen en zorgvuldig uit te werken. In een te kort verslag gaan de nuances van de gestelde vragen en gegeven antwoorden vaak verloren en dat is ongewenst.
  • De vraagstelling aan de werknemer moet zorgvuldig zijn. Het hof heeft in deze casus duidelijk kritiek op de gesloten en suggestieve vragen die de chauffeur krijgt voorgelegd, zelfs over zijn handelwijze bij een rit die hij niet had gereden.
  • De onderzoeker moet zich realiseren dat hij geen opsporingsambtenaar is en moet zich zo ook niet gedragen. Vooral voor oud-politiemedewerkers die in de particuliere opsporingsbranche aan de slag gaan kan dat even wennen zijn.

Ontvang onze publicaties

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde publicaties