Waarom een bv niet beschermt tegen schijnzelfstandigheid
Met alle commotie rondom schijnzelfstandigheid, proberen zzp’ers via verschillende constructies te voorkomen dat zij als werknemer worden aangemerkt. Een van die strategieën is het oprichten van een besloten vennootschap (bv). Dat kopte de Volkskrant recent. Het aantal zzp’ers neemt af, terwijl het aantal bv’s juist groeit. Veel zelfstandigen hopen met deze rechtsvorm risico’s op schijnzelfstandigheid te beperken. Maar deze hoop is vaak onterecht.
De Kamer van Koophandel waarschuwt hiervoor: het oprichten van een bv verandert niets aan de vraag of sprake is van werknemerschap. De beoordelingscriteria voor een eenmanszaak en een bv veranderen ten aanzien van schijnzelfstandigheid nauwelijks. De kwalificatie van de arbeidsrelatie hangt niet af van de juridische vorm, maar van de feitelijke invulling van de samenwerking. Wezen gaat voor de schijn.
Van belang is vooral de aard van de samenwerking. Mag iemand zelf bepalen hoe hij zijn opdracht uitvoert? En hoe verhoudt diegene zich tot de opdrachtgever? Moet iemand de arbeid persoonlijk verrichten? Wat is de duur van de werkzaamheden? Komen de werkzaamheden overeen met de werkzaamheden van personeel in loondienst? En hoe zit het met de beloning? Dit zijn de vragen die echte zelfstandigen van schijnzelfstandigen onderscheiden. Of iemand via een bv of eenmanszaak werkt maakt daarvoor niet uit.
Opdrachtgevers dus opgelet: zaken doen met een bv biedt geen garantie dat een opdrachtnemer ook daadwerkelijk zelfstandig ondernemer is. Wilt u hier meer over weten of een samenwerking met een zelfstandige via de bv-constructie laten toetsen op schijnzelfstandigheid? Neem contact op met onze advocaten en adviseurs. Wij helpen u graag.