Conceptwetsvoorstel neutraal boa-uniform open voor internetconsultatie
Gemeenten die boa's in dienst hebben, krijgen mogelijk te maken met nieuwe wettelijke verplichtingen. Sinds 12 mei 2026 is namelijk de internetconsultatie geopend voor het initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van de Politiewet 2012 in verband met het instellen van een wettelijk verbod op het dragen van zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging voor geüniformeerde buitengewoon opsporingsambtenaren. Met dit voorstel wil Tweede Kamerlid Martens-America een wettelijk verbod invoeren op zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging voor geüniformeerde buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). Omdat het om een initiatiefwetsvoorstel van één Kamerlid gaat, treedt het voorstel waarschijnlijk minder snel in werking dan een regeringsvoorstel.
Het voorstel volgt op de discussie die ontstond nadat meerdere gemeenten religieuze uitingen bij het boa-uniform toestonden of wilden toestaan. Dit leidt volgens de initiatiefnemer tot lokale verschillen en kan afbreuk doen aan de neutrale uitstraling van boa’s. Het voorstel geldt voor boa’s als bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover zij tijdens hun werkzaamheden contact hebben met het publiek en daarbij een uniform of bedrijfskleding dragen.
Met het voorstel introduceert de initiatiefnemer een wettelijk verbod op zichtbare uitingen van godsdienst of levensovertuiging bij geüniformeerde boa’s. Denk bijvoorbeeld aan een hoofddoek, keppel of andere zichtbare religieuze symbolen tijdens het werk.
Dit verbod raakt aan de vrijheid van godsdienst. De wetgever mag dat recht alleen beperken als de beperking is vastgelegd in een wet in formele zin én voldoet aan artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De initiatiefnemer is van oordeel dat dit voorstel voldoet aan de rechtvaardigingstoets van artikel 9 EVRM. Artikel 9 EVRM rechtvaardigt een beperking van dit recht wanneer die noodzakelijk is in een democratische samenleving.
Boa’s hebben veel contact met burgers en moeten daarom volgens het voorstel zichtbaar neutraliteit uitstralen tijdens hun werk. De initiatiefnemer stelt dat het belang van een neutrale overheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van boa’s om tijdens hun werk religieuze of levensbeschouwelijke uitingen zichtbaar te dragen. De gedachte is dat in een democratische rechtsstaat een strikte scheiding tussen kerk en staat van wezenlijk belang is. Volgens de initiatiefnemer hoort hierbij dat boa’s die in contact staan met burgers neutraliteit uitstralen, omdat het anders afbreuk zou doen aan de neutraliteit van de functie.
Ten aanzien van verbod op discriminatie wordt hierover opgemerkt dat het verbod neutraal is geformuleerd en geldt voor alle zichtbare religieuze uitingen. Hoewel sprake kan zijn van indirect onderscheid, acht de initiatiefnemer dit gerechtvaardigd vanwege het legitieme doel van een neutrale en gezaghebbende uitstraling van boa’s.
De werkgever van de boa is in eerste instantie verantwoordelijk voor de naleving van dit verbod. De Minister van Justitie en Veiligheid kan in laatste instantie de opsporingsbevoegdheid beëindigen dan wel opschorten. Het voorstel zal daarom gevolgen hebben voor zowel de boa’s als hun werkgevers. Dit voorstel kan daarnaast arbeidsrechtelijke vragen oproepen over de positie van boa’s met wie reeds afspraken zijn gemaakt over het toestaan van het dragen van religieuze uitingen tijdens de werkzaamheden. Als het voorstel wordt aangenomen, moeten bestaande afspraken mogelijk worden gewijzigd. Een dergelijke wijziging lijkt arbeidsrechtelijk goed verdedigbaar voor werkgevers. Een wettelijke wijziging die het dragen van religieuze uitingen verbiedt, vormt in beginsel een voldoende grond om bestaande afspraken aan te passen, al dan niet via een eenzijdige wijziging. Zo mag waarschijnlijk van boa’s worden verwacht dat zij meewerken aan een redelijk wijzigingsvoorstel op grond van goed werknemerschap (artikel 7:611 BW). Daarnaast is, als er een eenzijdig wijzigingsbeding (artikel 7:613 BW) is overeengekomen, een wijziging goed verdedigbaar, omdat het belang van de werkgever om aan de wet te voldoen waarschijnlijk al snel als een zwaarwichtig belang kan worden aangemerkt.
De internetconsultatie staat open tot en met 12 juni 2026. Tot die tijd kan iedereen op het voorstel reageren. Wilt u weten wat dit voorstel betekent voor uw organisatie? Neem dan gerust contact met ons op.