Uitspraak over afzonderlijk horen van partijen door bezwaarcommissie

Op 11 maart 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) een uitspraak gedaan over de vraag of de bezwaarcommissie een bestuursorgaan afzonderlijk van de bezwaarmaker mocht horen.

Wat was er aan de hand?

In een bezwaarprocedure heeft de bezwaarcommissie een hoorzitting gehouden met de bezwaarmaker en vertegenwoordigers van het bestuursorgaan. Daarnaast heeft de bezwaarcommissie de gemachtigde van de minister afzonderlijk gehoord, dus buiten aanwezigheid van de bezwaarmaker. Daar is geen verslag van gemaakt en de bezwaarcommissie heeft bezwaarmaker niet laten weten wat daar is besproken.

Oordeel van de Afdeling 

De Afdeling overweegt dat, bij het horen door een bezwaarcommissie, belanghebbenden in beginsel gezamenlijk moeten worden gehoord. Op grond van artikel 7:6, tweede lid, kunnen belanghebbenden in twee gevallen afzonderlijk worden gehoord:

  1. indien aannemelijk is dat gezamenlijk horen een zorgvuldige behandeling zal belemmeren, of
  2. wanneer tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen worden waarvan geheimhouding om gewichtige redenen is geboden.

Wanneer een van deze uitzonderingen zich voordoet, moet een bezwaarmaker op grond van artikel 7:6 Awb op de hoogte worden gesteld van wat buiten zijn aanwezigheid is besproken, tenzij geheimhouding om gewichtige redenen geboden is. Daarnaast moet er op grond van artikel 7:7 Awb een verslag van het besprokene worden gemaakt.

De minister heeft aangevoerd dat sprake was van gewichtige redenen voor het horen buiten aanwezigheid van bezwaarmaker, omdat de commissie nadere informatie wilde over staatsgeheime en nog niet vrijgegeven gegevens. De Afdeling oordeelt dat deze enkele mededeling onvoldoende is om te spreken van gewichtige redenen en dat de minister ook onvoldoende heeft toegelicht waarom appellant niet op de hoogte kon worden gesteld van de bespreking. Daarnaast is geen verslag gemaakt van de bespreking. De bezwaarprocedure is om deze redenen onzorgvuldig  en in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor voorbereid. De Afdeling vernietigt daarom het besluit op bezwaar.  

Betekenis van deze uitspraak

In deze uitspraak wordt benadrukt dat partijen in beginsel in elkaars aanwezigheid moeten worden gehoord. Alleen als dit nodig is voor een zorgvuldige besluitvorming of om vertrouwelijke informatie te beschermen, kan hiervan worden afgeweken met een goede motivering, en met verslaglegging van wat er is besproken. De bezwaarmaker moet in beginsel geïnformeerd worden over wat buiten zijn aanwezigheid is besproken, tenzij dit om gewichtige redenen niet kan.