Ontslag wegens verstoorde verhouding kan duurder uitpakken

Een gemeenteambtenaar kan ook na de cao-wijzigingen van 1 januari 2026 bij ontslag wegens een verstoorde arbeidsverhouding nog een regeling krijgen waarbij de bovenwettelijke uitkeringsregels uit de Cao Gemeenten meewegen. Dat blijkt uit een uitspraak van de kantonrechter van de Rechtbank Limburg van 2 maart 2026 (ECLI:NL:RBLIM:2026:1975). De regeling in de Cao SGO is op dit punt vergelijkbaar, zodat dit ook voor werkgevers en werknemers onder die cao relevant is.

Wat speelt in deze zaak?

In deze zaak vraagt een gemeente om ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een werknemer met een langdurig dienstverband. Volgens de gemeente is de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam verstoord. De werknemer legt zich uiteindelijk neer bij het einde van het dienstverband, maar vraagt de rechter wel om bij de afwikkeling rekening te houden met de regeling uit de Cao Gemeenten en om toekenning van een billijke vergoeding.

Welke regeling past bij ontslag op de ‘g-grond’?

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst vervolgens vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (ook wel de ‘g-grond’). Daarna kijkt de rechter naar de financiële gevolgen. Naast toekenning van een billijke vergoeding van € 35.000, speelt artikel 10.22 Cao Gemeenten een belangrijke rol. Dat artikel bepaalt dat een werkgever die ontbinding wil vragen wegens een verstoorde arbeidsverhouding, voor de werknemer een “passende regeling” treft. Bij het bepalen van die regeling betrekt de werkgever, voor zover dat redelijk en billijk is, de aanvullende en na-wettelijke uitkering uit hoofdstuk 10 Cao Gemeenten en de transitievergoeding.

Waarom is deze uitspraak relevant?

Sinds 1 januari 2026 maakt de Cao Gemeenten bij de uitkeringen scherper onderscheid tussen ontslaggronden. Bij ontslag wegens disfunctioneren zijn de aanvullende en na-wettelijke uitkering vervallen. Bij een verstoorde arbeidsverhouding blijft de cao-regeling over de passende regeling echter bestaan. Daardoor kunnen deze uitkeringen nog steeds meewegen bij de beëindiging van het dienstverband.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor de praktijk is daarom vooral van belang op welke grond een ontbindingsverzoek wordt ingediend (en toegekend). De ontslaggrond kan namelijk verschil maken voor de financiële afwikkeling van het einde van het dienstverband. Een gemeente die ontbinding verzoekt wegens een verstoorde arbeidsverhouding moet daarom niet alleen naar de transitievergoeding kijken, maar ook naar de vraag welke passende regeling de cao in dat geval verlangt. 

Daarbij geldt wel dat de werknemer niet automatisch aanspraak heeft op alle uitkeringen uit hoofdstuk 10 van de Cao Gemeenten. Zo oordeelde een andere kantonrechter op 12 januari 2026 dat een werknemer in ieder geval geen recht heeft op een na-wettelijke uitkering wanneer het ontslag in overwegende mate aan hemzelf te wijten is (ECLI:NL:RBOVE:2026:172). 

Welke regeling  passend is, hangt dan ook af van de omstandigheden van het geval.

Heeft u vragen over de beëindiging van het dienstverband van één van uw medewerkers of over de financiële afwikkeling daarvan? Onze specialisten denken graag met u mee. Neem gerust contact met ons op.