Omgevingswet

Het omgevingsrecht is nu te vinden in 26 wetten, 120 AMvB’s en 65 visies op het gebied van bouw, natuur, waterbeheer en ruimtelijke ordening. In de nieuwe Omgevingswet, 4 AMvB’s en een ministeriële regeling worden deze regelingen samengebracht. De Eerste Kamer heeft de Omgevingswet in maart 2016 aangenomen. Met de invoering zal nog geruime tijd zijn gemoeid; het streven is de Omgevingswet op 1 januari 2021 in werking te laten treden. Dan ontstaat een samenhangend en inzichtelijk stelsel van planning, besluitvorming en procedures in het omgevingsrecht.

Omgevingswet en omgevingsplan

Een nieuw en belangrijk instrument is het omgevingsplan. Iedere gemeenteraad is verplicht voor het gehele grondgebied van de gemeente een omgevingsplan vast te stellen. Het omgevingsplan heeft veel weg van het huidige bestemmingsplan, maar heeft een verruimde reikwijdte. In het omgevingsplan wordt ook een aantal gemeentelijke verordeningen, zoals de kapverordening en de monumentenverordening opgenomen. Het omgevingsplan biedt u als gemeente mogelijkheden voor locatiespecifiek onderscheid door middel van de toedeling van functies aan locaties, die een enkel kadastraal perceel kunnen betreffen, maar ook een ruimer gebied.

Het is de bedoeling van de wetgever om afscheid te nemen van tal van vereisten die nu gelden voor het bestemmingsplan. De belangrijkste veranderingen zijn:

  • geen vaste planhorizon (nu tien jaar) en daarom ook geen actualiseringsplicht meer;
  • de eis van de uitvoerbaarheid van het plan binnen de planperiode vervalt;
  • globale functietoedeling wordt mogelijk;
  • latere beoordelingsmomenten worden mogelijk, waardoor het omgevingsplan niet altijd een directe ‘bouwtitel’ hoeft op te leveren;
  • gebodsbepalingen zijn straks toegestaan; en
  • de gemeenteraad heeft de vrijheid om specifiek overgangsrecht met mogelijkheden tot maatwerk te formuleren.

Omgevingswet en flexibiliteitsmogelijkheden (AMvB’s)

Eén van de verbeterdoelen van de Omgevingswet is het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken. Die flexibiliteitsmogelijkheden zijn met name neergelegd in de uitvoeringsregelgeving. Het gaat daarbij om:

  • het Omgevingsbesluit (Ob);
  • het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal);
  • het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl); en
  • het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Hoe de flexibiliteitsmogelijkheden uitpakken wordt pas inzichtelijk bij de vaststelling van het omgevingsplan en is met name afhankelijk van de uiteindelijke keuzes die u als gemeente daarin maakt. De vier uitvoerings-AMvB’s geven de grenzen aan waarbinnen dit dient te gebeuren en maken duidelijk op welke onderwerpen van de fysieke leefomgeving u veel of weinig flexibiliteit wordt geboden.

Vragen over de Omgevingswet?

Als gemeente moet u tijdig met de voorbereiding van de implementatie van de nieuwe Omgevingswet beginnen. Onze specialisten volgen de laatste ontwikkelingen op de voet. Wij kunnen u adviseren over de vraag waar u als gemeente rekening mee moet houden en hoe één en ander het beste kan worden aangepakt. Wij kunnen u juridische ondersteuning bieden bij de invoering van de diverse aspecten van de Omgevingswet.

Advies nodig?

Bel ons: 079-3631919 of stuur een mail. Wij helpen u graag.

Ontvang ons cursusaanbod

Volg ons op social media

Gerelateerde referentieprojecten

Vervanging in verband met zwangerschapsverlof

Vervanging in verband met zwangerschapsverlof

In verband met een zwangerschapsverlof heeft een gemeente behoefte aan een senior jurist omgevingsrecht. Naast het fungeren als vraagbaak voor (complexe) juridische vraagstukken, levert de jurist ook een bijdrage aan het verbeteren van de werkprocessen…

Ontvang onze publicaties

Volg ons op social media